Commissiedebat · dinsdag 8 september 2026
Strafrechtketen
David van Weel
minister van Justitie en Veiligheid
Dank, voorzitter. Dank aan de leden voor hun inbreng in de eerste termijn. Het is goed om weer terug te zijn in uw Kamer na het reces en dan ook te starten met een ontzettend belangrijk onderwerp, namelijk de strafrechtketen. Zoals u wellicht weet, is vandaag de Week van de Rechtsstaat gestart. Laat ik beginnen met stellen dat een goed functionerende strafrechtketen van essentieel belang is voor het vertrouwen van burgers in die rechtsstaat. Daders moeten, uiteraard na een zorgvuldig proces, worden gestraft en er moet recht gedaan worden aan slachtoffers, zodat zij kunnen herstellen. Als dit proces te lang duurt, heeft dat veel impact, op slachtoffers maar ook op verdachten. Daarom is het een van mijn prioriteiten om te zorgen dat de prestaties in de strafrechtketen verbeteren en dat deze verbeteringen duurzaam zijn.
Laat ik beginnen met een woord — de heer Ellian haalde het al aan — over een heleboel dingen die goed gaan in onze strafrechtketen. Daarbij wil ik wat er afgelopen week in Overasselt gebeurd is, als voorbeeld benoemen. Het was een ongekende manier van optreden. Meer dan 30 verdachten doemden zwaarbewapend op in een dorp in Gelderland, maar door het snelle en adequate optreden van de politie zijn zo niet alle, dan wel bijna alle verdachten aangehouden. Die zijn vervolgens voorgebracht bij het OM en door de rechter-commissaris in voorlopige hechtenis genomen. Ik denk dat daarmee aangetoond is dat onze rechtsketen in een heleboel opzichten zeker goed functioneert.
In een heleboel opzichten is dat echter ook nog niet het geval. Ik denk dat het rapport van de Algemene Rekenkamer, maar ook het rapport van de Rekenkamer over de opsporing ons stof tot nadenken geven. Dit is niet het eerste jaar dat de Algemene Rekenkamer met kritiek op de doorlooptijden in de strafrechtketen komt. Ik wil ervoor zorgen dat uw Kamer en de Algemene Rekenkamer in het voorjaar kunnen zeggen dat deze minister en deze staatssecretaris hun verantwoordelijkheid nemen voor het algehele functioneren van de strafrechtketen en samen met alle ketenorganisaties vanuit de opsporing tot aan de tenuitvoerlegging van straffen knelpunten oplossen. Ik wil zorgen dat er een gezamenlijk plan ligt voor hoe er met die knelpunten wordt omgegaan en vervolgens ook een vinger aan de pols houden wat betreft hoe dat uitgevoerd wordt.
Ik wil daarbij ook realistisch zijn. Wat kunnen we wel en wat kunnen we niet verwachten van de strafrechtketen? We zullen namelijk altijd beperkt zijn door de capaciteit in de verschillende delen van de strafrechtketen. De keuzes die we daarin maken, moeten uitlegbaar zijn. Daarom is het belangrijk om bij het duurzaam verbeteren van de prestaties ook te kijken naar het onderscheid tussen wat wel en wat niet thuishoort in de strafrechtketen. Een aantal van u heeft daaraan gerefereerd.
Denk bijvoorbeeld aan een heleboel capaciteit die nu in de keten en de rechtspraak gaat zitten rondom personen met verward gedrag. Daar hebben we in een ander gremium een gecoördineerde aanpak voor liggen, maar vanuit dit perspectief heeft dat nadrukkelijk ook aandacht. Zowel mevrouw Straatman als mevrouw Abdi vroegen daarnaar. Ik ben het ermee eens dat deze mensen in beginsel op een andere manier geholpen moeten worden en niet verder in onze strafrechtketen moeten zitten.
Ondanks de goede wil van alle ketenpartners, die ik toen ook diep in de ogen heb gekeken, is het ons in het afgelopen jaar niet gelukt om dit te verbeteren. De Rekenkamer constateert dat het ons onvoldoende gelukt is. Daarom wil ik het nu drastisch doen. Dat is waarom we in navolging van de suggestie van mevrouw Mutluer het woord "deltaplan" uit de kast hebben gehaald om de grootsheid en de alomvattendheid van wat we willen doen neer te zetten. We hebben TNO gevraagd om onderzoek te doen naar alle aspecten waarop TNO ziet dat de keten vastloopt. Als we niet weten waar de knelpunten zitten, dan kunnen we daar ook niet op sturen. Op dit moment merk ik dat het ook voor mij onvoldoende inzichtelijk is waar de keten in de verschillende afstemmingsmomenten hapert. Dat maakt het moeilijk om op dit moment de knoppen te identificeren. Dat is dus wat TNO voor ons in kaart gaat brengen. Gelijktijdig zitten we natuurlijk niet stil. We werken aan alle zaken waarvan we wél weten dat ze tot knelpunten leiden. Ook die zullen in het deltaplan terugkomen. Dat is ook waarom ik hiermee niet eerder kan komen dan Q1 van 2027. Ik heb het daar namelijk ook uitvoerig met de Rekenkamer over gehad en gezegd: als u wilt dat ik dit echt oppak in al zijn facetten, dan moet ik even de tijd hebben om ook te zorgen dat ik en alle ketenpartners snappen waar we op gaan sturen. Uiteraard, zeg ik daarbij in antwoord op de vraag, is de tenuitvoerlegging daarbij ook een volwaardige pijler in het deltaplan waar we mee komen.
Smarter formuleren. Absoluut; dat is iets wat we gaan doen. Maar we willen dat ook doen op een manier waarvan we weten dat we ons eraan gaan houden. We willen geen normen neerleggen, bijvoorbeeld rondom zedenzaken of jeugd, waarvan we vervolgens over een paar jaar moeten constateren dat we ze niet hebben gehaald.