Commissiedebat · donderdag 3 september 2026
Selibon
Annet Bertram
staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat
Voorzitter, dank u wel. Ik zal beginnen bij mijn impressies. Dat was namelijk een van de vragen van een deel van de commissie. Dan heb ik drie mapjes. Het eerste gaat over de aanpak en de uitvoeringsorganisatie; daar waren vragen over. Dan het meetnetwerk en de milieumaatregelen. Dan over het bevoegd gezag, dus: hoe kom je tot type IV en wat betekent dat precies? En dan heb ik nog overig, waaronder de vraag: wat doet LVVN nou eigenlijk in dit hele rijtje?
Voorzitter, mijn ervaringen. De ervaring is natuurlijk gebaseerd op een dag, maar die was wel goed voorbereid, dus dat betekent toch dat je in ieder geval iets van een impressie krijgt. Ik had, denk ik, drie impressies. De eerste is dat het besef langzamerhand toch ook aan die kant, net als bij ons, heel groot is dat het opgelost moet worden en dat we ons moeten gaan houden aan de data die gesteld zijn. Dat blijkt in ieder geval uit de gesprekken die ik had met het bestuur, de gezaghebber, de gedeputeerden, maar ook met een wat grotere groep daaromheen.
Dus — de collega van BZK gaat er zo op in — als je zegt "eind 2028 moet het geregeld zijn; dan gaan we Selibon sluiten" dan is dat ook écht de gezamenlijke opdracht. Zo wordt die ook gevoeld. Ik denk dat dat belangrijk is, omdat er natuurlijk heel vaak het idee is ontstaan: willen ze het echt? "Wat voor gesprekken hebben jullie dan als bestuurders onderling?" Nogmaals, wat mij betreft was het klip-en-klaar — ik zal dat straks met een aantal maatregelen onderbouwen — dat mijn gesprek met de gezaghebber, de gedeputeerden en de verantwoordelijken welgemeend was en dat ook langzamerhand de stappen worden gezet om dat voor elkaar te krijgen, ook gelet op de brief van de eilandsraad om nu echt dat type IV-toezicht te gaan organiseren.
Mijn tweede impressie als je met de bewoners spreekt van Selibon Lagun, maar ook met mensen die daar in de buurt wonen, is dat ze toch wel heel veel te verduren hebben gehad. Daar geef ik de gehele commissie groot gelijk in. Je kunt haast niet beschrijven wat het is geweest. Als je bij iemand thuiskomt en ziet en hoort wat de situatie rond Selibon heeft aangericht, dan is dat echt ook wel heel aangrijpend en ingrijpend. Dat betekent in ieder geval voor ons beiden dat wij nog meer gemotiveerd zijn om echt alles op alles te zetten om de afspraken die we hebben gemaakt voor elkaar te krijgen. Ik heb daar ook gezegd, en ik zeg dat niet loos: we zijn het aan de Bonairianen verplicht om er samen met het eilandbestuur voor te zorgen dat het echt voor elkaar komt en dat we ons nu gaan houden aan de stappen die zijn afgesproken.
Toen ik het bestuur van Selibon Lagun sprak, kreeg ik in ieder geval mee dat zij uiteraard … Misschien is "twijfels" nog een te beperkt begrip. Desalniettemin zijn ze toch ook wel akkoord dat dit de route moet zijn. En twee: het meten. Op dit moment is er serieus een begin gemaakt met meten en het transparant maken van informatie. Dat zijn tastbare resultaten. Ik begrijp heel goed dat de commissie, eigenlijk u allen, daarom vraagt: zorg dat het concreet wordt.
Het tweede wat ze heel belangrijk vonden — dat hebben we ook met het eilandbestuur besproken — is dat zij erbij betrokken zijn. "Zo vaak zijn er stappen gezet waarvan we niet wisten wat die waren of wanneer wij er dan een keer bij betrokken werden, waardoor we daar geen opvatting over konden hebben." Eigenlijk moet je dat achter je kunnen laten. Als je stelt, dan moet je ook bewijzen. Dus als wij stellen "het moet nu echt op de manier die we hebben afgesproken", dan betekent dat ook dat je dat moet bewijzen. Ik beschouw het dus als mijn bewijsplicht aan de Bonairianen daar en aan de commissie daar dat we de stappen die we hebben afgesproken daadwerkelijk gaan zetten en dat we daar niet van afwijken.
Ik kom straks nog even op terug op de afspraken die ik met de gezaghebber heb gemaakt over de uitvoeringsorganisatie. Mevrouw Den Hollander had daar vragen over gesteld. We hebben afgesproken dat, als we eenmaal dat plan van aanpak met alle concrete acties hebben vastgesteld, wij echt één keer in de drie maanden langsgaan, al moet ik daarvoor elke keer opnieuw voor een dag naar Bonaire — dat heb ik vorige week ook gedaan — en dat we dat ook als een gezamenlijke verantwoordelijkheid beschouwen. Het eilandbestuur heeft tenslotte ook zijn eigen verantwoordelijkheid. Ik denk dat het in elke andere gemeente in Europees Nederland hetzelfde zou zijn; je moet het bestuur en het gezag dat dat bestuur heeft, respecteren. Het is bovendien idioot om te denken dat wij net zo veel kennis hebben van de situatie daar als zij.
Desalniettemin hebben we wel gezegd dat we allebei — ik bedoel daarmee de staatssecretaris van BZK en mijzelf, samen met het eilandbestuur — een verantwoordelijkheid hebben naar de Bonairianen om te zorgen dat het nu voor elkaar moet komen. Dat is geen loos gebaar. Binnen het kabinet is bijvoorbeeld het onderwerp circulaire economie naar KGG gegaan, maar we blijven voorlopig met z'n tweeën dit dossier doen, omdat we vinden: als je stelt, moet je bewijzen. Dat betekent dus dat we niet al te snel zeggen: wie weet zijn er nu anderen die meer verantwoordelijk zijn. Pas als we het gevoel hebben dat we het met het eilandbestuur op de rit hebben en we alles gedaan hebben om het voor elkaar te krijgen, is er het moment om even heel goed na te denken over wie nu welke verantwoordelijkheid pakt.
Mijn laatste impressie. Mevrouw Van Dijk vroeg naar mijn ervaring: wat zie je als je op Selibon bent? Ik vond het terrein nog groter dan wat je op plaatjes ziet, dus dan zie je ook hoe groot en serieus het probleem is. Tegelijkertijd zag ik wel dat er maatregelen genomen zijn. Dat betekent dat er, elke keer als er gestort wordt, met bulldozers zand overheen gaat. Dat is verre van ideaal, want we hebben niet voor niks gezegd dat er uiteindelijk niet meer gestort mag worden, maar het is wel beter dan het was. Dat hoorde je ook van iemand die daar in de buurt woont: op het moment dat je dat zand daaroverheen stort, en zeker als er straks nog een compactor komt — ik heb dat woord ook pas geleerd — die de boel samenperst, dan gaat het risico op branden omlaag. Dat was namelijk het ergste, dat zo'n enorm groot stuk van Selibon in de brand stond, niet een beetje, maar metershoog. Langzamerhand krijg je dat meer onder controle als dat zand erover uitgestrooid wordt en als je zorgt dat dat vuilnis geplet wordt. Ik kom daar zo meteen nog iets concreter op terug, maar dan weet u in ieder geval wat mijn impressie was en mijn eerste ervaringen toen ik daar was.