Voorzitter. Voor ik start met de door mij voorbereide bijdrage over het jaarverslag, wil ik toch starten met een punt over een zeer urgente situatie, namelijk de sluiting van twee villa's van ExpertCare. Al maanden maken Kamerleden van verschillende fracties zich enorme zorgen over kinderen met een meervoudige beperking die zorg krijgen op de locaties van ExpertCare. Deze locaties zouden onverwachts sluiten, maar de minister heeft beloofd dat dit pas zou gebeuren als er voor alle kinderen een passende oplossing zou zijn. De cliëntenraad, bestaande uit ouders van deze kinderen, waarschuwt ons voortdurend over afspraken die niet worden nagekomen en over ondermijning door het bestuur van ExpertCare en hun buitenlandse eigenaren van B. Braun. De Kamer heeft op verschillende momenten aan de minister gevraagd om in te grijpen, maar het doemscenario is nu uitgekomen. Zo lazen wij vanmorgen in een persbericht van de cliëntenraad van ExpertCare dat de IGJ, via een zogeheten aanwijzing, eindelijk ingrijpt. Zij constateren namelijk dat de zorg ondermaats en onverantwoord is. Daarom sluiten twee locaties: Vleuten en Waalre. Er is echter geen oplossing voor de ouders en kinderen die nu verblijven op de zorglocaties die per 1 juli — dat is over een paar dagen — worden gesloten.
Gezien de enorme tijdsdruk willen wij heel graag het volgende van de minister weten. Waar kunnen de kinderen die nu op deze locaties zitten vanaf 1 juli naartoe? Om hoeveel kinderen gaat het? Wie is hier verantwoordelijk voor? Dat lijkt ons niet ExpertCare, want er wordt niet voor niets een aanwijzing gegeven. Wat gaat de minister doen als deze kinderen vanaf 1 juli geen plek hebben? Welke noodscenario's zijn er uitgewerkt? Wanneer ziet de minister aanleiding om zelf in te grijpen? Ziet zij dat hier grenzen zijn overschreden? Het gaat hier namelijk over kinderen die zeer specifieke zorg nodig hebben en wier leven op het spel staat als deze zorg er even niet is. Mijn volgende vraag: hoe wordt voorkomen dat ExpertCare het ook op andere locaties zover laat komen? Worden de kosten die gemaakt gaan worden, op hen verhaald?
Voorzitter. We horen heel graag een eerste reactie in het debat nu, maar we beseffen ook dat deze vragen nogal precies zijn, dus we zouden ook graag een brief voor maandag willen, met de antwoorden erin. Kan de minister dat toezeggen? Ik hoor dat er naast mij gefluisterd wordt. De vraag stel ik overigens ook namens Mirjam Bikker, die nu niet aanwezig is. Ik zie ook mevrouw Van Meetelen van de PVV knikken. Volgens mij is het een breedgedragen vraag en onderwerp, waar we volgende week over debatteren.
Voorzitter. Dan ga ik naar mijn inbreng over het jaarverslag. Vandaag zou ik graag willen inzoomen op één conclusie uit het verantwoordingsonderzoek van de Algemene Rekenkamer. De gezondheidsdoelen die we met elkaar hebben afgesproken, worden niet gehaald. Sterker nog — de minister zei het net ook al — het aantal jongeren en het aantal zwangere vrouwen dat rookt of vapet, is zelfs toegenomen. Dat is pijnlijk en zorgelijk, want die conclusie gaat niet slechts over cijfers, maar over mensen. Het gaat over mensen die kampen met de gezondheidsrisico's van overgewicht, kinderen die op hun 13de al verslaafd raken aan vapen, met alle gevaren van dien, mensen die maanden moeten wachten op psychische hulp. Uiteindelijk gaat het ook over een samenleving die ongezonder wordt. De Rekenkamer wijst er ook op dat Nederlanders in vergelijking met de inwoners van veel andere Europese landen relatief kort in goede gezondheid leven. Ook het RIVM constateert dat de doelen uit het Nationaal Preventieakkoord voor roken, alcoholgebruik en overgewicht buiten bereik dreigen te raken, terwijl we inmiddels al jaren spreken over het belang van preventie. Ook deze coalitie heeft gezegd in te willen zetten op preventie en te willen zorgen voor de gezondste generatie ooit.
Laat duidelijk zijn dat gezondheid niet eerlijk is verdeeld in Nederland. Wie meer geld heeft, een hogere opleiding heeft genoten of in een gezonde leefomgeving woont, leeft gemiddeld langer en leeft gemiddeld langer in goede gezondheid. Wie minder te besteden heeft, woont vaker in een buurt met meer luchtvervuiling. Wie minder toegang heeft tot sportvoorzieningen, ervaart meer stress. Het uitblijven van acties en resultaten op het gebied van preventie raakt deze groep het hardst. Wie voldoende inkomen heeft, kan namelijk een sportschoolabonnement nemen, gezonde voeding betalen of particuliere ondersteuning organiseren, maar voor mensen of gezinnen die iedere maand moeten puzzelen om rond te komen, zijn die keuzes veel minder vanzelfsprekend. Juist daarom moet preventiebeleid niet alleen effectief, maar ook eerlijk zijn. Het moet gezondheidsverschillen verkleinen in plaats van vergroten.
Als we wat dieper inzoomen op dit beeld van relatief kort in goede gezondheid leven, zien we dat vrouwen zelfs vaak nóg korter in goede gezondheid leven. Vanochtend werd de Nationale Werkagenda Vrouwengezondheid gepresenteerd, een belangrijk moment voor vele vrouwen die dagelijks kampen met onverklaarde klachten en zich niet gehoord voelen, maar ook voor de zorgverleners die, ondanks weinig tijd en middelen, zich er met hart en ziel voor inzetten om vrouwengezondheid te verbeteren. Inhoudelijk is die werkagenda een grote vooruitgang ten opzichte van de strategie van vorig jaar, maar wie verder kijkt, ziet dat het vooral een lege huls is van grote ambities en al bestaande initiatieven, zonder verantwoordelijkheid, meetbare doelen en de zo hoognodige investering, terwijl een simpele rekensom laat zien dat investeren in vrouwengezondheid de samenleving miljarden oplevert.
Voorzitter. Het kabinet heeft grote ambities: de gezondste generatie ooit. Mijn vraag aan de minister is: wat betekent "de gezondste generatie ooit" eigenlijk voor dit kabinet? Welke meetbare doelen verbindt het kabinet hieraan? Hoe weet het kabinet dat de maatregelen die nu worden ingezet, daadwerkelijk effectief zijn? Als je het mij vraagt, zijn die vragen nu eigenlijk onvoldoende te beantwoorden, niet omdat we geen cijfers hebben en niet omdat er helemaal geen beleid is, maar omdat er zicht ontbreekt op de relatie tussen de ambities, de maatregelen en het resultaat.
Als we miljarden uitgeven aan zorg en preventie, moeten we niet alleen weten of geld wordt uitgegeven, maar ook wat het daadwerkelijk oplevert voor de gezondheid van mensen. Daarom zou het wat ons betreft goed zijn als we veel systematischer inzicht krijgen in de effecten van preventiemaatregelen. Voor economische keuzes hebben we Keuzes in Kaart en voor de zorg kennen we Zorgkeuzes in Kaart, maar voor preventie ontbreekt een vergelijkbaar instrument. Zo'n instrument zou het kabinet en ons als Tweede Kamer helpen om betere keuzes te maken. Uiteindelijk helpt dat dus ook weer mensen. Hoe kijkt de minister hiernaar? Is ze bereid in kaart te brengen of zo'n zorgkaart, Keuzes in Kaart voor preventie, op te zetten is? Is ze bereid die op te zetten?
Daarnaast vind ik het opvallend dat de voortgang op preventiedoelen slechts eens in de twee jaar in beeld wordt gebracht door het RIVM. Als we weten dat we achterlopen op onze doelen en het kabinet ook nog eens veel hogere ambities heeft, namelijk de gezondste generatie ooit, waarom zouden we dan slechts een keer per twee jaar kijken hoe het ervoor staat? Juist nu die doelen onder druk staan, is het namelijk belangrijk om jaarlijks inzicht te krijgen in de voortgang, zodat tijdig kan worden bijgestuurd, en niet pas als het te laat is. Hoe kijkt de minister hiernaar? Is ze bereid om jaarlijks te rapporteren over die voortgang?
Voorzitter. Mijn conclusie is daarom dat het probleem breder is dan doelen die niet gehaald worden. Het probleem is dat we onvoldoende zicht hebben op de vraag welke maatregelen echt effectief zijn om die doelen alsnog te behalen. Want een gezondere samenleving ontstaat niet vanzelf. Daarvoor zijn keuzes nodig, keuzes die eerlijk en rechtvaardig zijn én werken voor iedereen, en niet alleen voor wie zich dat kan veroorloven.
Dank u wel.
Uitspraken Lisa Vliegenthart, 25 jun