Dank u wel, voorzitter. Als rapporteurs hebben we namens de commissie VWS de jaarverantwoording VWS over het jaar 2025 nader bekeken. Gezien de tijd beperken we ons hier tot vier onderwerpen: risico's bij de inning en besteding van belasting- en premiegeld, de opvolging van de aanbevelingen uit de periodieke rapportages, de uitkomsten van de V-100 over de mentale gezondheid van toekomstige generaties en de aandachtspunten van de Rekenkamer over de bedrijfsvoering. Ik zal eerst bij twee punten stilstaan en daarna kan de voorzitter het woord doorgeven aan mevrouw Vliegenthart voor de laatste twee punten.
Bij het eerste punt begin ik met complimenten aan de minister over de bedrijfsvoering. De sinds 2022 door de Rekenkamer gesignaleerde ernstige onvolkomenheden zijn in 2025 grotendeels opgelost. Wel ziet de Rekenkamer ruimte om het interne fraudebeleid te versterken en een onvolkomenheid bij de uitvoeringstoetsen. Die missen regelmatig of zijn onvolledig. Dat geldt vooral voor de uitvoeringstoetsen van toezichthouders. Daar mist vaak informatie over de personele gevolgen van wetgeving. De minister erkent dit en sluit aan bij het rijksbrede traject Doorontwikkeling uitvoeringstoets. Toch is de vraag of de minister kan toezeggen beter te sturen op het ontbreken van uitvoeringstoetsen en vooral personeelsinformatie in bestaande uitvoeringstoetsen en of zij de Kamer kan informeren over de voortgang.
Dan de risico's. Ook hier eerst complimenten over de Nationale Zorgreserve, die in recordtijd opgebouwd is. Daar staat tegenover dat we in grote lijnen zien dat de beleidsdoelen achterblijven. Uit het jaarverslag maken we op dat ondanks gevoerd beleid de bevolking iets ongezonder is geworden. Een voorbeeld: het aantal rokers neemt niet af en het aantal minderjarige vapers neemt zelfs toe. Welke oorzaken ziet de minister zelf voor het achterblijven bij de doelstellingen uit onder meer de Gezonde Generatie 2040, de Samenhangende preventiestrategie en Gezondheid in alle beleidsdomeinen? Zijn die doelen wel haalbaar en zijn de middelen, inclusief financiële middelen, wel toereikend genoeg om deze doelen te bereiken?
Tot slot heeft de commissie gekeken naar de risico's bij de aanpak van zorgfraude. We zien als commissie dat de minister positieve stappen onderneemt met extra budget en meer capaciteit bij inspecties. De commissie wil wel graag meer zicht op de effectiviteit van wetgeving. Hebben de inspecties voldoende capaciteit en kan de minister toezeggen specifieke aandacht te geven aan de personele impact van beleid?
Dat was mijn bijdrage als rapporteur, voorzitter. Mevrouw Wendel?
Uitspraken Marijke Synhaeve, 25 jun