Dank u wel, voorzitter. Ik had een korte inbreng, maar er zijn tussentijds ook al een aantal vragen beantwoord door de minister, dus hij werd steeds korter. Er is wat overlap met andere collega's, maar als ik dat er ook nog uit haal, wordt het wel heel kort. Sta me dus toe om een paar punten die ik mooi en belangrijk vind te herhalen.
Voorzitter. Voordat ik inga op de inhoud, wil ik allereerst mijn dank uitspreken aan alle mensen in de uitvoering. Afgelopen jaar mocht ik starten als Kamerlid. Sinds dag één valt mij op dat heel veel mensen zich iedere dag, vaak buiten de schijnwerpers, met een enorme betrokkenheid inzetten voor het publieke belang. Dat zijn zorgprofessionals, vrijwilligers, onderzoekers, medewerkers van de Tweede Kamer, ambtenaren op het ministerie en vele anderen, mensen die niet op zoek zijn naar aandacht, maar wel iedere dag het verschil maken. Daarvoor wil ik iedereen hartelijk danken. Ook dank aan de rapporteurs van deze commissie en de VWS-commissiestaf voor hun rapportage en de bijdrage over het jaarverslag 2025. Jullie hebben heel veel voorwerk gedaan en belangrijke vragen over alle stukken aan de minister voorgelegd. Daarom is mijn inbreng kort en hou ik het bij twee punten die ik graag nog wil aanhalen.
Het eerste punt is de Nationale Zorgreserve. In 2020 werd unaniem de motie-Heerma/Wilders aangenomen, waarin het kabinet werd verzocht te onderzoeken of een nationale reserve aan zorgmedewerkers kon worden opgericht. Inmiddels is de Nationale Zorgreserve een feit en staan er meer dan 5.000 zorgreservisten klaar om bij te springen in een crisis, een heel mooi en hartverwarmend resultaat. Het is ook mooi om te zien dat oud-zorgprofessionals bereid zijn om opnieuw hun kennis en ervaring in te zetten wanneer een situatie daarom vraagt. Ik heb nog twee vragen aan de minister hierover. Er loopt nog een onderzoek naar de optimale verdeling over de verschillende profielen. Kan de uitkomst van dat onderzoek ook aanleiding zijn om het streefdoel van 5.000 zorgreservisten te herzien? Mijn tweede vraag is: wanneer verwacht de minister de resultaten van dit onderzoek te kunnen delen met de Kamer?
Voorzitter. Tot slot wil ik ook kort stilstaan bij de V-100, die dit jaar in het teken stond van de effecten van beleid op toekomstige generaties. De inbreng van jongeren laat opnieuw zien hoe belangrijk het is om juist met hen in gesprek te gaan. Zij zullen immers het langst de gevolgen dragen van de keuzes die wij vandaag maken. Dank aan alle jongeren die hun ervaringen, zorgen en ideeën met ons hebben gedeeld. Veel jongeren ervaren grote druk en maken zich zorgen over hun mentale gezondheid, de toegankelijkheid van de zorg en hun toekomstkansen. Tegelijkertijd spreken ze ook hoop uit en vragen ze om erkenning, om een samenleving waarin mentale gezondheid bespreekbaar is, om toegankelijke zorg en om beleid dat oog heeft voor de langere termijn. Wij zijn heel erg benieuwd naar de reactie van de minister. We wachten af tot die volgende week komt.
Tot zover mijn eerste termijn.
Uitspraken Eveline Tijmstra, 25 jun