Dank u wel. Daarnaast wijst de Rekenkamer erop dat mensen in Nederland vergeleken met mensen in andere landen relatief kort in goede gezondheid leven. Mensen in Nederland leven gemiddeld wel iets langer — dat is mooi — maar van die extra jaren brengen we er juist minder door in goede gezondheid.
Voorzitter. Dit vraagt om actie. We willen niet blijven hangen in doelen die niet gehaald worden, maar met stevige plannen vooruit. Beide ministers hebben al mooie stappen gezet, maar als de cijfers stagneren, moeten we ook eerlijk zijn. Er is meer nodig. De toekomst vraagt om een politiek die gezondheid echt centraal zet in al haar beleid. De gezonde keuze moet niet alleen mogelijk zijn, maar ook makkelijker, eerlijker en bereikbaar voor iedereen.
Daarom heb ik de volgende vragen aan de minister. Acht de minister de voorgenomen plannen waar momenteel aan wordt gewerkt, voldoende om de komende jaren wél duidelijke resultaten te zien richting de doelstelling van die gezondste generatie ooit? Ik hecht eraan om te zeggen dat "de gezondste generatie ooit" voor mij gaat om mensen van alle leeftijden. Het gaat niet alleen om de kinderen die nu geboren worden, maar juist breed in onze samenleving. Dan de tweede vraag: ziet de minister mogelijkheden om extra maatregelen in te zetten wanneer dat doel te weinig in beeld komt? Ik heb de reactie van de minister op de bijdrage van de rapporteurs goed beluisterd. Ze zei daarin: we zijn nog aan het kijken wat we eventueel extra zouden kunnen doen, vanuit het idee van gezondheid in alle beleidsterreinen of beleidsdomeinen. Zou zij daar iets meer toelichting op kunnen geven?
Voorzitter. Dan de V-100 en de uitkomsten daarvan. Jongeren hebben ons tijdens de V-100 een belangrijke en heldere boodschap meegegeven. Die boodschap is wat ons betreft ook heel zorgelijk. Jongeren kijken niet altijd even hoopvol naar de toekomst. Steeds vaker kijken zij daarnaar met zorgen, stress en angst over de druk om te presteren, over hun mentale gezondheid en over klimaatverandering, waarvan zij de gevolgen moeten gaan dragen. Voor ons is dit duidelijk een alarmsignaal. Mentale gezondheid is geen individueel probleem dat jongeren zelf maar even moeten oplossen; het is ook echt een maatschappelijke en politieke opdracht. Beleid dat vandaag gemaakt wordt, heeft invloed op hoe het leven van jongeren er straks uit komt te zien. We moeten jongeren daarom veel meer dan we nu doen, structureel meenemen in beleidskeuzes, niet als sluitstuk of als vinkje op een lijst van dingen die we moeten doen, maar structureel en vanaf het begin.
Daartoe heb ik de volgende vragen aan de minister. Hoe kijkt de minister naar het steeds vaker naar voren komende en steeds duidelijkere signaal van jongeren over de zorgen die zij hebben over de toekomst? Hoe gaat de minister ervoor zorgen dat de signalen die naar voren zijn gekomen in de V-100 niet alleen gehoord worden, maar ook daadwerkelijk meegenomen worden in beleid? Welke verantwoordelijkheid ziet de minister voor zichzelf om jongeren niet alleen gezonder, maar ook hoopvoller naar de toekomst te laten kijken? Ik vind het fantastisch dat we nu voor het eerst in zo'n lange tijd weer een minister van Jeugd hebben, want ik denk dat daar de kracht zit, als we juist over beleidsterreinen heen dat perspectief van kinderen en jongeren centraal kunnen stellen. Ik hoor graag een reflectie van de minister daarop.
Dank u wel.
Uitspraken Marijke Synhaeve, 25 jun