Plenair debat · woensdag 23 september 2026
Wijziging van de Wet studiefinanciering 2000 in verband met de verstrekking van een aanvullende tegemoetkoming aan studenten die onder het studievoorschotstelsel hebben gestudeerd (36922)
Martin de Beer
VVD
Dank u wel, voorzitter. Onderwijs gaat wat mij betreft over het ontdekken, ontwikkelen en benutten van je talenten. Die talenten kan Nederland heel goed gebruiken. Alle waardering voor studenten en oud-studenten, want zij dragen, met heel veel anderen, bij aan onze welvaart en aan het in stand houden van onze voorzieningen. In de techniek, de zorg en de bouw en bij onze veiligheid: overal zijn talenten actief en heel erg nodig. Daarom is kwalitatief goed onderwijs dat aansluit op de arbeidsmarkt belangrijk, want daar doen we het voor, voor onze talenten in Nederland.
We hebben het vandaag over de Wet studiefinanciering en dus over studenten. Ik denk dan juist aan die talenten en aan het verdienvermogen van Nederland. Dit wetsvoorstel gaat over een specifieke groep oud-studenten. Dat zijn mensen die inmiddels hun bijdrage leveren aan het verdienvermogen van Nederland, maar die door het leenstelsel ook nadelen hebben ondervonden van dat stelsel. Dat stelsel is bovendien weer ingeruild voor de basisbeurs. Daarmee heeft de politiek studenten in die fase in een ingewikkelde positie gebracht. Ik snap goed dat studenten die onder het leenstelsel studeerden, de terugkeer naar de basisbeurs als oneerlijk hebben ervaren. Zij zaten precies in de fase tussen het afschaffen en het herinvoeren van de basisbeurs. Daarom vond mijn fractie het in het verleden ook terecht om hun tegemoet te komen.
Er is bij de totstandkoming van de afspraak over de aanvullende tegemoetkoming door het vorige kabinet overeengekomen om dat te doen. Voor de VVD geldt: afspraak is afspraak. Daarbij gaat het ook over de betrouwbaarheid van de overheid, zoals mevrouw Abdi net aanhaalde. Ik hoop dat dit voor oud-studenten een opsteker is. Zij hebben geen invloed gehad op het stelsel waaronder zij studeerden. De overheid heeft dat stelsel immers met bepaalde overwegingen ingestoken, mede om de kwaliteit van het onderwijs te kunnen verbeteren. Na verloop van tijd bleek er voor dat stelsel geen politiek draagvlak meer te bestaan, en dus zijn we terug bij de basisbeurs. Wij kunnen ondersteunen dat wij deze oud-studenten nu tegemoetkomen. We trekken ook veel geld uit om hun tegemoet te komen.
Dat is op zich mooi en terecht, maar het volgende wringt wel een beetje. Dat is zojuist ook al een aantal keren aangehaald. Dit is een tweede tegemoetkoming. Twee opeenvolgende tegemoetkomingen maken het beleid natuurlijk niet eenvoudig, niet voorspelbaar en misschien ook niet helemaal betrouwbaar. Sterker nog, wekt dit niet weer verwachtingen voor een nieuwe tegemoetkoming? Daar wil ik vandaag heel helder over zijn. Met deze tweede tegemoetkoming zetten we wat de VVD betreft echt een definitieve punt. Kan de minister bevestigen dat die definitieve punt bij dezen wordt gezet? En hoe wil zij dat borgen?
Naast het zetten van een definitieve punt is het belangrijk om te kijken naar een efficiënte en eenvoudige uitvoering. Dat betreft dus een snelle afhandeling. Het probleem zit met name bij de oud-studenten die nog onvoldoende in beeld zijn geweest. Mijn oproep aan de minister zou zijn om het vooral simpel te houden. Hoe gaat de minister zorgen voor een eenvoudige en efficiënte uitvoering? Wat is de termijn waarop de minister denkt dat de hele operatie afgerond kan worden?
Voorzitter. Als we vandaag de definitieve punt zetten, dan wil ik nog wel even vooruitkijken. Onze studenten zijn namelijk gebaat bij een goede onderwijskwaliteit en een goede aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt. Dat is ook in het belang van Nederland. Over deze grote onderwerpen gaan we de komende tijd uiteraard verder met elkaar in debat, mede naar aanleiding van de nationale talentstrategie. Het zijn onderwerpen die belangrijk zijn voor onze studenten, onze welvaart en onze voorzieningen. Achter deze kwestie zetten we vandaag wat mij betreft een definitieve punt. Ik denk dat het een mooi moment is om vooruit te kijken.