Dank u wel, voorzitter. De cijfers uit de recente rapporten zijn zorgwekkend. Ik ga daar niet verder over uitweiden, want dat hebben de collega's al uitgebreid gedaan. Er komt daarnaast ook nog een debat over de PISA-scores, dus dat zal ik dan daar doen.
De cijfers zijn zorgwekkend, met name omdat er best heel veel geld naar het Masterplan basisvaardigheden toe gaat en er ook nog losse subsidies zijn. Toch beheersen nog altijd te veel leerlingen de basisvaardigheden onvoldoende. In de onderbouw van het voortgezet onderwijs zien we een aanhoudende en omvangrijke daling van de leesvaardigheid en de Nederlandse woordenschat ten opzichte van voor corona. Ook de rekenvaardigheid blijft achter, vooral in het vmbo. Meer leerlingen presteren onder of slechts op niveau 1F en minder leerlingen halen 2F of 3F. In het primair onderwijs is het beeld stabieler, maar ook daar zien we geen overtuigende trendbreuk.
Voorzitter. Dit zijn geen abstracte cijfers. Dit gaat over kinderen die onvoldoende kunnen lezen en rekenen. Ze beginnen daardoor met een achterstand aan hun toekomst. Voor de PVV is het helder: onderwijs draait in de eerste plaats om kennis. Kinderen moeten goed leren lezen, schrijven en rekenen. Zij moeten de Nederlandse taal uitstekend beheersen. Alle beschikbare tijd en iedere onderwijseuro moet daarnaartoe gaan, niet steeds naar nieuwe ideologische projecten, modieuze onderwijshypes en een eindeloze stroom subsidiepotjes.
De regering zegt al jaren de basisvaardigheden te willen verbeteren. Mijn vraag aan de staatssecretaris is: waar blijven de resultaten? Kan de staatssecretaris concreet aangeven welke meetbare verbetering het Masterplan basisvaardigheden tot nu toe heeft opgeleverd? Er gaat tenslotte 2 miljard naar dat masterplan. Hoe verklaart ze dat de resultaten, ondanks alle extra uitgaven, stagneren of blijven dalen? Hoeveel geld moet er nog worden uitgegeven voordat de staatssecretaris erkent dat deze aanpak niet werkt?
Voorzitter. Ook het burgerschapsonderwijs leidt tot grote problemen. Uit de recente wetsevaluatie blijkt dat veel scholen niet precies weten wanneer zij aan de wet voldoen. Het gevolg is dat scholen steeds meer plannen schrijven, documenten produceren en dossiers vullen om aan de eisen van de inspectie te voldoen. Zo ontstaat er een papieren werkelijkheid, terwijl het onduidelijk blijft wat leerlingen daadwerkelijk leren. Meer dan de helft van de scholen kreeg herstelopdrachten. We moeten niet alleen naar de scholen kijken, maar ook naar de duidelijkheid en de uitvoerbaarheid van de wet. Vindt de staatssecretaris het aanvaardbaar dat zo veel scholen herstelopdrachten krijgen? Kan de staatssecretaris tevens aantonen dat al dit papierwerk daadwerkelijk leidt tot meer kennis van onze democratische rechtsstaat en beter gedrag van de leerlingen?
Uitspraken Annette Raijer, 9 sep