Dank, voorzitter. "Een vakantie in je hoofd", prachtig gezegd. Ik heb ook fantastische innerlijke reizen gemaakt terwijl ik boeken aan het lezen was. Toen ik echter het PISA-rapport las, voelde dat niet echt als een vakantie in mijn hoofd. Twintig jaar geleden was 10% van de 15-jarigen onvoldoende geletterd, acht jaar geleden was dat 20%, een vijfde, vier jaar geleden was het een derde en nu, zo hoorden we gisteren, is het dus bijna 40%. Over de PISA-scores komt natuurlijk nog een apart debat, maar vandaag gaat het ook over examens, dus het is toch wel goed om daar even naar te verwijzen, want de eerste vraag is natuurlijk toch: hoe kan het nou dat bijna iedereen, of in ieder geval een veel hoger percentage, slaagt voor de uiteindelijke examens als 40% van de 15-jarigen onvoldoende geletterd is? De heer Kisteman heeft een dergelijke vraag ook weleens gesteld. Hoe kan dat? We horen graag een reactie daarop.
Het gaat ook over de resultaten van het Masterplan basisvaardigheden of, beter gezegd, het gebrek aan resultaten. We zijn dus getuige van een soort vrije val. Die malaise is zichtbaar over de hele linie, dus niet alleen maar bij de praktisch geschoolden, maar ook bij leerlingen in 4, 5 vwo, die de woorden "implicatie", "consequentie" en "prognose" niet meer kennen.
Voorzitter. In zekere zin worden deze kinderen onterfd. Het onderwijs is doorgeven wat van waarde is. Als je dat nalaat, dan onterf je die kinderen. Wij staan dus voor een ongekende hersteloperatie. Een cruciaal onderdeel van dat alles is natuurlijk ook de doorstroomtoets. De Kamer heeft opgeroepen tot één toets, van één gerespecteerd instituut, natuurlijk. Volgens de staatssecretaris zou dat pas vanaf het schooljaar 2029-2030 kunnen. Ik vraag me af waarom dat nou zo is. Je hebt nu gewoon zes toetsen. Die geven verschillende uitkomsten en zijn dus niet vergelijkbaar. Dat is gewoon een heel groot en urgent probleem. Welke verplichtingen ben je dan al aangegaan met verschillende aanbieders die dat nu zouden verhinderen? Waarom zou je daar niet gewoon onderling in goed gesprek uit kunnen komen? Het argument wordt ook gegeven dat je dan zorgvuldig moet zijn en dat alles moet worden uitgewerkt voor aansluiting op het curriculum en de behoeftes van kinderen en scholen, maar we hebben toch gewoon decennia aan ervaring met één centrale Cito-toets tot tien jaar geleden? Waarom zou je niet de resultaten en de ervaring daarvan kunnen terugpakken om daarmee aan de slag te gaan? Ook toen had je al allerlei verschillende pedagogische en didactische visies, maar kon je wel gewoon met die ene toets aan de gang.
Het idee is nog steeds om twee keuzes te geven: papier of digitaal. Maar is het dan nog steeds lastig om ze te vergelijken? Kun je dan niet beter twee toetsen doen, met verschillende functies, ook vanuit de gedachte dat vanwege die verschillende functies een toets mogelijk problematisch kan zijn? Wat is dan naast de discussie over de vorm de inzet van het kabinet qua functie en inhoud?
Uitspraken Diederik Boomsma, 9 sep