Voorzitter. De afdeling stadspromotie in Pisa kan deze week weer in de handen wrijven. De internationale aandacht voor het PISA-onderzoek is gratis reclame. Wie niet beter weet, zou zomaar kunnen denken dat de befaamde PISA-scores de gouden standaard is die in de stad Pisa voor het onderwijs is opgesteld. Laten we helder zijn: dat is natuurlijk niet het geval. Toch heeft die beroemde toren van Pisa misschien wel betekenis voor de omgang met de PISA-resultaten. Een toren die steeds schever gaat staan, valt namelijk uiteindelijk een keer om. Tegelijkertijd blijkt dat het mogelijk is om erger te voorkomen. In de toren van Pisa zit een knik; dat kan ook gebeuren in statistische lijntjes. Laten we vurig hopen dat dit het effect is van de intensieve inzet die al jaren wordt gepleegd. Wetenschappers zijn voorzichtig met te snelle conclusies en nieuwe acties. Mijn eerste vraag is dan ook of de staatssecretaris die houding herkent. Een toren van nieuwe beleidsmaatregelen kan immers ook omvallen, zeg ik daar maar bij.
Voorzitter. De aankondiging van de staatssecretaris dat er per 2029 weer een centrale doorstroomtoets komt, is een belangrijke kern van het debat van vandaag. De vraag naar het aantal beschikbare doorstoomtoetsen is eigenlijk niet los te zien van de vraag welke wettelijke status die doorstroomtoets heeft. De SGP herinnert er graag aan dat het feit dat de resultaten van de eindtoets als maatstaf voor de kwaliteit van scholen gold, in het verleden een belangrijke drijfveer was om te pleiten voor alternatieve eindtoetsen. Het lot van de school kon dan namelijk van die ene centrale toets afhangen. Dat bracht een oneigenlijke prikkel in het systeem. Zo was de toets van Cito nooit bedoeld.
In de afgelopen jaren hebben we veelvuldig van allerlei kanten kunnen horen dat de verschillende functies die de eindtoets inmiddels heeft de bron is van veel problemen. Daarover is consensus in de praktijk en in de wetenschap. Ik wijs op mijn aangenomen motie uit november 2024, waarin dit verwoord is. Die motie vraagt om hier een eind aan te maken, zodat de toets echt weer dienstbaar is aan leerlingen en leraren. Mijn vraag aan de staatssecretaris is: gaat ze bij de voorgenomen herziening van de doorstroomtoets de wettelijke functies van deze toets echt in samenhang overwegen? Dat is voor de SGP namelijk een belangrijke randvoorwaarde. Anders komen we van de regen in de drup en blijven we maar voortmodderen.
Na jaren van debatten over het nieuwe curriculum dringt zich ook steeds meer de vraag op wat het nieuwe curriculum gaat betekenen voor de toetsen en examens. In 2024 hadden we een debat over de verdeling van studielasturen. Voor sommige vakken kan die behoorlijk negatief uitpakken ten gunste van veel les over burgerschap en digitale vaardigheden. Er is nog steeds geen zicht op wat het ontwerp van het nieuwe curriculum concreet gaat betekenen voor de urentabel op school, en dus voor de doorwerking in toetsen en examens. Mijn vraag is wanneer we de concepten van de urentabellen tegemoet kunnen zien en, vooral ook, hoe het veld hierin wordt meegenomen.
Voorzitter. PISA vermeldt dat de thuistaal van leerlingen ertoe doet. Leerlingen die thuis Nederlands spreken, scoren gemiddeld beter. De SGP vraagt zich af wat die conclusie betekent voor het spreken van andere talen binnen het onderwijs. Het kabinet heeft de mogelijkheden verruimd om andere talen als voertaal te hanteren in het onderwijs. Mijn vraag is: wat zijn de gevolgen daarvan voor de toetsing en de resultaten? Moeten de toetsen altijd in het Nederlands gemaakt worden of kunnen die ook in een andere taal gemaakt worden?
Tot slot. Het PISA-onderzoek geeft aan dat veel leerlingen afgeleid raken door het gebruik van digitale middelen tijdens de lessen. Daar werd zojuist ook al naar gerefereerd. Dat onderstreept de verantwoordelijkheid van scholen om zorgvuldig om te gaan met digitale middelen. Mijn vraag aan de staatssecretaris is dan ook of ze verwacht dat effecten van maatregelen, zoals het mobieltjesverbod, in volgende toetsen al te merken zijn. Hoe wil ze zelf bijdragen aan het beperken van negatieve digitale invloeden? Wat voor extra mogelijkheden ziet de staatssecretaris?
Dat was het, voorzitter. Dank u wel.
Uitspraken Chris Stoffer, 9 sep