Commissiedebat · woensdag 9 september 2026
Eurogroep/Ecofin-Raad d.d. 18 en 19 september 2026
Eelco Heinen
minister van Financiën
Dan kom ik bij de overwinsten. Daar hebben we al een aantal keren over gesproken. Meer in algemene zin werd mij gevraagd wat mijn standpunt is over overwinsten. Dat heb ik al vaak genoemd. Ik heb ook gezegd hoe moeilijk het is om dit te definiëren. Een overwinst voelt natuurlijk fout, maar als je in juridische zin probeert te definiëren wat overwinst is, wat een normale winst is en wanneer een winst een overwinst wordt, is dat lastiger. In het verleden is wel geprobeerd om een definitie te geven, terugkijkend naar wat gemiddelden in het verleden zijn en of je daar afwijkingen op ziet. Maar in juridische zin blijft het lastig te definiëren.
Ik wil wel één ding vooraf zeggen. Er wordt gesuggereerd dat er winsten worden gemaakt die onbelast zijn. Winst wordt gewoon belast. Hoe meer winst je maakt, hoe meer belasting je afdraagt. Je betaalt een percentage van je winst. Bij geen winst betaal je geen winstbelasting en hoe hoger je winst is, hoe meer winstbelasting je betaalt. Dat moeten we met elkaar blijven beseffen.
Dan is de vraag: wat is de optimale vorm van winstbelasting? Een aantal partijen willen de winstbelasting hoger hebben, een aantal partijen willen die lager hebben. Dat is een politiek vraagstuk. Dan worden er specifiek naar aanleiding van een event in de wereld winsten gemaakt waarvan je zou kunnen zeggen: dat vinden we oneerlijk. Ook weer een politiek vraagstuk, want nogmaals, als je winst maakt, worden die bedrijfseconomisch gewoon belast. Daar zit precies het punt waarom dit moeilijk is. In het verleden hebben we in Nederland geprobeerd overwinsten te belasten, maar dat heeft ook geleid tot rechtszaken. Die rechtszaken lopen nog, zowel in Nederland als Europees. Daar heb ik de Kamer over geïnformeerd. Dus het gemak van "belast het maar en het komt goed": zo makkelijk gaat het niet. Ik snap dat het in de politieke retoriek een makkelijke vluchtroute is, maar in de juridische, bedrijfseconomische wereld waarin we opereren, is het een lastige.
Precies deze discussie hebben we in de Kamer gevoerd en er is ook een motie over ingediend. Ongeveer een paar weken na die motie heb ik in de Europese Raad de Commissie opgeroepen om hier onderzoek naar te doen: zijn er overwinsten, waar zien we ze en is het, als je die wilt belasten, juridisch op een houdbare manier vorm te geven? De Commissie heeft gezegd daar geen aanleiding toe te zien en dat niet te doen. Als ik dan terugval op de Nederlandse situatie, moet ik constateren dat wij nauwelijks oliebedrijven hebben. We hadden een heel mooi bedrijf, maar dat is niet meer in Nederland. Dat debat ga ik niet overdoen, hoewel je daar veel over kunt zeggen. Dat ene grote bedrijf dat hier vaak wordt aangehaald, is geen Nederlands bedrijf. Was het maar zo, dan had ik extra inkomsten gehad door dat te belasten. Wij vonden vooral dat dat soort bedrijven niet meer in Nederland moesten zijn. Helaas.
Wij hebben nauwelijks oliewinning, dus als wij het hebben over oliewinning, is het een internationale markt. Het gaat over buitenlandse partijen, die in het buitenland olie winnen. Binnenlands kan ik daar niet zo veel mee. Internationaal zie ik deze discussie. Ik zie die ook in andere landen. Ik heb in Europa de Commissie opgeroepen om daar onderzoek naar te doen. Ik heb toen ook geprobeerd in E6-verband tot een brief te komen. Dat is niet gelukt, omdat ook in E6-verband een aantal landen zeiden: dit gaat een brug te ver. Inmiddels heeft de Duitse minister van Financiën het initiatief genomen om opnieuw een brief te sturen, maar die ging wat ons betreft te ver. Die brief zei al "ga het doen", terwijl wij nog eerst wilden onderzoeken of het überhaupt kan. Daarom hebben wij gezegd: dat steunen wij niet, want dat gaat een stap te ver, maar laten we wel proberen om tot gezamenlijkheid te komen om in kaart te brengen of het überhaupt mogelijk is. Dan kom je in het Europese spel waarin landen niet altijd op één lijn zitten. Dat is niet zo gek, want ook in de binnenlandse politiek zitten we niet altijd op één lijn, eufemistisch gezegd.
Dan heb je ook nog de raffinagesector waarnaar wordt verwezen. In de Kamerbrief naar aanleiding van het energiepakket dat wij rond april hebben gepresenteerd naar aanleiding van de situatie in het Midden-Oosten en het conflict in Iran, hebben wij de analyse gegeven van wat wij in de raffinagesector zien gebeuren en hoe het met de crack spread zit, een term die we toen veel gebruikten. We hebben daar toen de nuance bij geplaatst dat het niet zo makkelijk is om te zeggen: die spread loopt op, dus er zijn overwinsten. Het zegt immers niets over de bedrijfseconomische specifieke kosten die gemaakt worden en hoe dat helemaal in de keten zit. Dan kom je ook op bedrijfsspecifieke informatie waar wij niet over beschikken. In algemene zin zou ik, gezien de energiesituatie waarin we nu zitten, het volgende willen zeggen. In het verleden zag ik in de Kamer een debat over de vraag waarom we die raffinagecapaciteit eigenlijk nog hadden en of die niet weg moest omdat het vervuilend is. Ten tijde van het conflict in het Midden-Oosten waren we echter heel blij dat we hier zelf ook nog diesel en kerosine konden maken. Toen werd ik Europees ook aangesproken in de trant van: we zijn jaloers dat Nederland zo'n strategische asset heeft, want dat hebben we in Europa misschien te snel afgestoten. We moeten dus voorzichtig zijn met te snel overschakelen naar alles belasten en te snel zorgen dat de economische activiteiten hier niet meer plaatsvinden. Er zijn namelijk echt momenten waarop je heel blij bent dat je nog over dit soort productiecapaciteiten beschikt.
Dit even in totaliteit over overwinsten. Er waren ook een aantal specifieke vragen. Dat zijn er nog twee. Nee, het is er nog één. Maar die heb ik eigenlijk in mijn hele betoog al beantwoord, zie ik nu. Ik zet hier dus een punt. Het geeft vast aanleiding voor weer een vraag.