Absoluut. Ik ben een ongelofelijk voorstander van een groene stad. Ik heb ook in Amsterdam als raadslid voorstellen gedaan voor natuurinclusief bouwen. Dat kan ook. Er zijn allerlei mogelijkheden. Als je voldoende kennis hebt, kun je heel veel bereiken zonder dat het heel veel extra moet kosten. Alleen, mijn bezwaar tegen de Natuurherstelverordening is dat de subsidiariteit volslagen zoek is. Waarom moet in Europa worden bepaald hoeveel procent boomkroonbedekking je als stad moet hebben? Dat moet dan worden gemonitord. Dat hebben we allemaal helemaal niet nodig. Ook het plan van mevrouw Bromet, waar ze net zelf naar verwees, ging dan weer over percentages, zo van "30% dit" en "zo veel afstand tot". Het is een soort droogstoppelachtige manier om met natuur om te gaan. Je kunt gewoon streven naar een hele fijne groene stad — ik zou dat zeker aanmoedigen — zonder allerlei van dit soort modelmatige normen die je vervolgens ook verplichtend gaat opleggen. Juist bij dit punt van natuur in de stad is ook de vraag: hoe baken je dat überhaupt af? Er wordt dan namelijk gezegd dat je moet streven naar een bevredigend niveau van boomkroonbedekking. Maar wat is bevredigend? Dat is dan meteen ook een vraag aan de minister.
Uitspraken Diederik Boomsma, 3 sep