Box 3 valt onder de staatssecretaris. Het debat daarover loopt, maar wij zijn natuurlijk niet doof voor wat iedereen aandraagt en daar aan kritiek op heeft. Dat wil ik nu niet vermengen met een debat over de financiële markten, want dan wordt het te ingewikkeld en de staatssecretaris zit midden in het gesprek daarover met u. Dat zeg ik via u, voorzitter.
Meer specifiek heeft de heer Van Dijck natuurlijk gelijk. Uit onderzoek van bijvoorbeeld de AFM blijkt dat een op de drie Nederlandse huishoudens op zich wel voldoende spaargeld heeft om verantwoord te beleggen, maar dat niet doet. Een gebrek aan kennis is de meest genoemde reden daarvoor. We worden helemaal niet opgevoed in zo'n cultuur. Wij zijn zelf ook opgevoed met misschien nog de Pennierekening en de blauwe spaarpot: zet het nou maar op een bank. We hebben echter nooit een gesprek, zo van: hé, je kan ook elders investeren, dan heb je misschien een hoger rendement, maar dan loop je ook een hoger risico. Hoe ga je daar dan mee om? Zet je daar een deel van je spaargeld voor in? Dat moet dus veel meer een onderdeel zijn van onze financiële opvoeding, zou je kunnen zeggen.
Het kabinet wil de huishoudens die op zich kunnen beleggen, ook wel stimuleren om meer van het spaargeld te beleggen in de reële economie, bijvoorbeeld door financiële educatie en voorlichting over beleggen, en door het invoeren van een EU-beleggingsrekening. Dat is een ander initiatief. Dat hebben we vorig jaar in diezelfde kopgroep neergezet: een EU-label. Als je wil dat meer in Europa wordt belegd, hoe zou je dat dan fiscaal kunnen stimuleren? Daar komt dan wel de vraag achter weg wat Europese investeringen dan zijn. Nou, daar is een hele term sheet over uitonderhandeld, ook met de banken. Je zou je kunnen voorstellen dat je een beleggingsrekening hebt en daarna nog een tab waardoor je kunt zeggen dat je een EU-beleggingsrekening wil openen, die dan fiscaal voordeliger kan zijn. Die mogelijkheid is nu gecreëerd. Tegelijkertijd zit daar ook altijd een dekkingsvraag aan vast: als je die openstelt, hoe zou je dit dan fiscaal willen vormgeven en hoe zou je dit dan willen dekken? Dat idee is helemaal niet weg. Ik heb er zelf aan bijdragen om dit in Europa vlot te trekken. Het kabinet komt nog terug op hoe we dat dan precies gaan doen.
De heer Bushoff had verder nog een vraag over de investeringsrekening van Zweden en hoe dit in Nederland geïntroduceerd kan worden. Kijk, ook het feit dat de vraag wordt gesteld, laat zien dat we het onvoldoende beseffen, maar in die app zou je gewoon in de schorsing die we net hebben gehad, dat halfuurtje, een beleggingsrekening kunnen openen. Dat is dus echt een klik op de knop. Daar zitten ook allemaal rendementseisen aan, met andere risico's. Dat kan iedereen gewoon bij de bank regelen, dus op zich hoeft daar nu geen overheidsinterventie op plaats te vinden. Los daarvan staat hoe je dan omgaat met het fiscaal stimuleren daarvan. Maar dat is echt een andere discussie, die ik graag met u aanga, maar die wel buiten de scope van dit debat valt. Anders krijgen we een heel box 3-debat en ik denk dat we daar ook allemaal heel veel meningen over hebben. Terecht, maar dan komen we niet meer toe aan de vragen die u hier nu gesteld heeft. Dat dus in antwoord op de vraag over de kapitaalmarktunie.
Dan wilde ik doorgaan naar risico's, stabiliteit en, voornamelijk, private credit. Daar zijn ook een aantal vragen over gesteld. Meer specifiek vroeg de heer Hoogeveen mij of er voldoende zicht is op de blootstelling van Nederlandse financiële instellingen aan AI-gerelateerde waarderingen. Het is goed dat uw Kamer hier aandacht voor vraagt. Het is een ontwikkeling die snel gaat en die risico's kunnen zich wel opbouwen. DNB houdt hier nu formeel toezicht op. Ik heb hier ook veel gesprekken over met DNB. DNB kijkt bijvoorbeeld naar de blootstelling van financiële instellingen aan AI-gerelateerde waarderingen. Financiële instellingen moeten ervoor zorgen dat de blootstelling binnen hun vastgestelde risicobereidheid blijft. Het is van belang om de ontwikkelingen, die dus ontzettend snel gaan — maar daarmee vertel ik de heer Hoogeveen niks nieuws — wel goed te blijven monitoren. Ik blijf hierover dus in contact met de toezichthouders. Ik kan uw Kamer hierover nader informeren als DNB haar onderzoek hierover heeft afgerond, wat dit jaar zal zijn. AI is natuurlijk waanzinnig interessant, maar we zien ook de enorme investeringen die daarvoor plaatsvinden. Nederlandse financiële instellingen zitten weer in dat soort beleggingsfondsen, en daarin zit een risicoblootstelling. Tot nu toe leidt dat niet tot zorgen aan onze zijde, maar dat betekent niet dat we het hier niet moeten monitoren en kijken wat er gebeurt. Ik zal uw Kamer goed blijven informeren over wat wij zien gebeuren.
Dan had mevrouw Van Eijk nog een vraag over de gevolgen van een verdere groei van die privatecreditsectoren en wat dat kan betekenen voor de financiële stabiliteit. Een verdere groei van deze sector is in beginsel niet verkeerd — dat moet ik er wel bij zeggen — want private investeringen op zich — zie ons vorige blokje — juichen we toe. Maar het is wel belangrijk om de risico's in die sector echt goed te begrijpen; om goed te begrijpen wat er gebeurt en hoe ze elkaar versterken, om die risico's ook te kunnen beheersen. Dit is overigens niet alleen een Nederlands vraagstuk. Deze discussie voeren we ook in de Eurogroep en Ecofin, maar ook op G20-niveau is hier aandacht voor. We zien dat dit wereldwijd een vlucht neemt en dat daar een beter toezicht op moet zijn. Dit zit specifiek op de verwevenheid van de sector met de rest van het financiële stelsel. Je hebt het dan over pensioenfondsen, verzekeraars en banken, en ook over het gebruik van geleend geld voor deze fondsen, de zogeheten hefbomen. Recente Europese regelgeving adresseert wel een deel van de risico's, met limieten op de hefbomen en op blootstellingen aan financiële instellingen. Maar nogmaals, oplettendheid hierbij blijft wel geboden.
Dan had mevrouw Van Eijk ook nog de vraag hoe ik de risico's beoordeel. Ik heb daar net al wat over gezegd. Op zich biedt private credit natuurlijk voordelen voor de economie, maar het brengt ook risico's met zich mee — al is dat een beetje een dooddoener. Nogmaals, recente, nieuwe Europese regels adresseren de risico's op de Europese markt. Ik heb ze net genoemd. Maar ik snap goed waarom uw Kamer hiernaar vraagt, want er komen ook wel zorgwekkende berichten. Als we intern van risico's spreken, zien we die met name voor Nederlandse financiële instellingen die blootstelling hebben aan de markten in de VS. Maar nogmaals, DNB, de ECB en de AFM doen continu onderzoek naar hoe dat precies zit.
Dan had de heer Hoogeveen op dit onderwerp nog de vraag hoe we erop toezien dat verliezen bij private credit niet in het publieke domein terechtkomen. Een kort antwoord: ja, maar daar zie ik op toe. Verliezen in de private kapitaalsector komen terecht bij de investeerders in deze fondsen. En zo hoort het ook. Dus ja, je hebt een hoger rendement, maar dus ook hogere risico's, en die zijn dan ook voor jezelf. Het kan niet zijn dat je wel de winst pakt, maar niet de verliezen. Zo werkt het economische verkeer. Fondsbeheerders kunnen de risico's voor investeerders beperken, bijvoorbeeld door het fonds te sluiten. Nogmaals, we hebben ook Europese regelgeving die hiertoe verplicht. Daarnaast moeten investeerders natuurlijk gewoon goed aan eigen risicobeheer doen, hun eigen verliezen kunnen nemen en dat ook goed communiceren aan de investeerders in die fondsen; high reward, maar ook high risk.
Dan wilde ik gaan naar sparen, hypotheken en betalen. Daar zijn ook meerdere vragen over gesteld.
Uitspraken Eelco Heinen, 1 jul