Ja, laten we dat afspreken.
Dan had de heer Van Dijck nog een vraag over de regulering van de spaarrentes. Meer specifiek vroeg hij mij of ik ervoor kan zorgen dat banken op z'n minst de ECB-rente kunnen doorvoeren naar spaarders. Ook in het licht van de voorgaande debatten heb ik toegezegd dat we de directe spaarrenteregulering lieten onderzoeken, waaronder een koppeling aan de ECB-beleidsrente. Daarbij is ook gebruikgemaakt van analyses van DNB, de ECB en de Nationale Bank van België. Uit dit onderzoek blijkt dat dit risico's kent voor de financiële stabiliteit, de diversiteit van het bankenlandschap, de verstoring van de geldmarkten en de effectiviteit van het monetaire beleid. Ingrijpen in de commerciële handelingsvrijheid van banken vind ik bovendien een vergaande maatregel, die ook gewoon kosten voor de consument met zich mee kan brengen, waar ik net al naar verwees. Gezien dit totaal vind ik directe renteregulering, waaronder dus de koppeling aan de ECB-rentes, echt niet wenselijk.
Meer in algemene zin: laten we nou vooral kijken hoe markten functioneren. Ik onderstreep het belang van gezonde marktwerking en gezonde concurrentie. Ik zeg altijd: ik zit hier niet voor de banken; ik zit hier voor de consumenten. Daarvoor is gezonde marktwerking nodig, want je wil het zweet op de voorhoofden van alle ondernemers zien die werken voor de consumenten, tegen lage kosten en met hoge kwaliteit. Dat kan je alleen afdwingen in een gezonde economie met marktwerking. Laten we ons daar nou op focussen en proberen te voorkomen dat we alles zoeken in regulering, verboden en dergelijke, want hoewel het doel nobel is, bereik je vaak het tegenovergestelde.
Voorzitter. Dan was er ook een vraag van de heer Van Dijck of ik bereid ben om met DNB en de AFM in gesprek te gaan over de leennormen. We zijn natuurlijk continu in gesprek met deze toezichthouders. Ik moet er wel bij zeggen dat de leennormen er ook zijn om consumenten te beschermen tegen het aangaan van te veel hypotheekschulden. We zitten nu in een situatie waarin huizenprijzen alleen maar stijgen, dus die loan-to-values dalen automatisch. We hebben ook tijden gekend waarin de huizenprijzen de andere kant op gingen en huizen onder water kwamen te staan. Als je dan moet verkopen, zit je ineens met een schuld. We hebben dus normen waarvan je baalt als je ermee geconfronteerd wordt en waarvan je denkt: kunnen die niet opgerekt worden? Maar we hebben ze uiteindelijk om op de lange termijn diezelfde consument te beschermen tegen overkreditering. In het verleden hebben we natuurlijk gezien dat dat wel gebeurde. Als er dan een economische klap komt, dan komen zó veel huishoudens in de problemen. Dat wil je echt voorkomen. Daarom zou ik daar dus geen voorstander van zijn.
In 2025 zijn de leennormen geëvalueerd. De conclusie was toen ook dat de leennormen op zich doeltreffend en doelmatig zijn. Ik heb u daar in juni 2025, volgens mij, ook over geïnformeerd. Dus nogmaals, ik zie geen aanleiding om de leennormen nu fors te gaan verruimen. Als het specifiek gaat over de betaalbaarheid van huizen — dat is ook een terecht punt dat de heer Van Dijck maakt — dan zullen we echt het aanbod moeten vergroten, want je kan de vraag stimuleren of meer kredietruimte geven, maar dat leidt tot meer vraag, en bij een beperkt aanbod zal je dat weer terugzien in de prijzen. Dat is een kortetermijneffect, want op de lange termijn lost het het structurele probleem niet op. Dan zul je het aanbod moeten vergroten. We moeten echt meer bouwen. Daarvoor is het nodig dat we de vergunningverlening lostrekken. Daar vindt dan vandaag weer een ander belangrijk debat over plaats.
Dan had mevrouw Van Dijk nog de vraag of de huidige macro-economische ontwikkelingen kunnen leiden tot hogere financieringskosten. Het simpele antwoord is ja. Dat kan natuurlijk. Als de situatie verslechtert, zal je dat terugzien in de risicopremies en dus ook in de financieringslasten. Als kabinet blijven we natuurlijk inzetten op de structurele stappen die we zetten voor goede en betaalbare toegang tot financiering voor bedrijven. Zo zetten we ons in Europa, nogmaals, in voor de vervolmaking van de kapitaalmarktunie, de bankenunie. Uiteindelijk moet die ook leiden tot betere kredietverstrekking aan ondernemers; daar doen we het voor. We werken natuurlijk ook nog aan de nationale investeringsinstelling om te kijken hoe je nou precies dat financieringsgat, dat dus uit het ibo Bedrijfsfinanciering is gebleken, op kan vullen.
Dan had de heer Van Dijck nog een vraag over buitenlandse flitskredietaanbieders. Ga ik ervoor zorgen dat regels voor het consumentenkrediet ook gaan gelden voor de flitskredietaanbieders? Ik ben het met de heer Van Dijck eens dat dat natuurlijk onwenselijk is. Het wetsvoorstel Herziene richtlijn consumentenkrediet biedt meer mogelijkheden om ook buitenlandse flitskredietaanbieders van consumentenkrediet aan te pakken, bijvoorbeeld via de productinterventiebevoegdheid van de AFM. Dat wetsvoorstel is 2 april aangeboden aan uw Kamer. Na inwerkingtreding van de wet kan de AFM dus ook handhaven op de buitenlandse flitskredietaanbieders.
Dan had de heer Van Dijck ook nog de vraag of ik bereid ben een cap te zetten op woekerrentes bij zakelijk krediet. Ook daarover ben ik het met hem eens: excessieve rentes bij zakelijk krediet vind ik onwenselijk. Tegelijkertijd willen de minister van EZK en ik de sector ook de ruimte geven om te laten zien dat die ook zelf met oplossingen kan komen, maar dit is niet vrijblijvend. Er wordt op dit moment dus een onderzoek uitgezet naar excessieve rentes. De minister van EZK en ik zullen hierover uw Kamer informeren wanneer dat onderzoek is afgerond. Dat zal het komende jaar zijn, dus volgend jaar. We vinden het onwenselijk, dus er zal actie op moeten zijn. We kijken eerst naar de sector zelf. Maar nogmaals, dat is niet vrijblijvend.
Als laatste op dit onderwerp vroeg de heer Van Dijck wat ik ga doen aan de kosten van spaarrekeningen; hij wees erop dat die fors stegen. Uiteindelijk is het dus aan de banken zelf om binnen de wettelijke kaders van hun bedrijfsmodel de tarieven te bepalen. Overheidsingrijpen op prijsstelling acht ik onwenselijk vanuit het oogpunt dat ik net al noemde, dus concurrentievermogen en innovatie. Wel zet ik natuurlijk in op de randvoorwaarden, zoals transparantie en een goede concurrentie. Daarbij verwijs ik naar wat ik daar net over heb gezegd. Ik blijf erbij: de kosten gaan altijd ergens heen. In hetzelfde debat wordt mij dus gevraagd om allemaal zaken te reguleren of te verbieden en tegelijkertijd vindt de constatering plaats: we zien ergens anders de kosten stijgen en dat is onwenselijk. Daar zit een correlatie tussen. Het is ook goed om dat te blijven beseffen.
Voorzitter. Daarmee ben ik aan het einde gekomen van dit wat uitgebreidere blokje over sparen, hypotheken en betalen.
Uitspraken Eelco Heinen, 1 jul