Plenair debat · donderdag 10 september 2026
Wijziging van de Archiefwet 1995 ter verruiming van de mogelijkheden om archiefbescheiden die in een archiefbewaarplaats berusten en die persoonsgegevens bevatten, ter raadpleging en gebruik beschikbaar te stellen (36889)
Voorzitter, dank u wel. De aanleiding voor dit wetsvoorstel is de discussie over het online openstellen van het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging, ook wel CABR of oorlogsarchief genoemd, met 485.000 dossiers van personen die na de Tweede Wereldoorlog zijn onderzocht op collaboratie met de Duitse bezetter. Daar is veel over gezegd.
Ik wil even refereren aan ongeveer twee jaar geleden. Toen hebben we een uitvoerige wetsbehandeling in de Kamer gehad over het wijzigen van de Archiefwet. Toen ging het ook over dit onderdeel. Ik kan me nog goed herinneren dat er toen discussie was over de vraag of we dit moesten amenderen. Een vrij brede Kamermeerderheid heeft toen aangegeven aan de voorganger van de minister, de heer Bruins, toenmalig minister Bruins: regel dit in één keer goed. Volgens mij is dat goed gegaan, in de belangenafweging, met de Autoriteit Persoonsgegevens. De aangekondigde spoedwet, zoals we 'm toen noemden, ligt hier voor. Onze fractie begrijpt heel goed hoe die belangenafweging is gegaan. Ik zeg er gelijk bij dat de vraag naar de reikwijdte, dus hoe we bepalen tot hoever inzage mag gaan, altijd discussie behoeft. Dat gold ook voor de wijziging van de Archiefwet als zodanig.
Dan kom ik op het volgende punt. Een belangrijk deel van de Nederlandse archiefsector valt bij dit wetsvoorstel nog buiten de boot, zoals Beeld & Geluid, het NIOD, Herinneringscentrum Kamp Westerbork en het Katholiek Documentatie Centrum, om er maar een paar te noemen. Daarom is het van belang dat de voorziening die de regering met dit wetsvoorstel voor de wijziging van de Archiefwet realiseert, binnen afzienbare tijd ook wordt neergelegd in de Uitvoeringswet AVG voor deze archiefinstellingen. Deelt de minister deze opvatting? Graag een reactie.
Voorzitter. Het is vrij technisch, maar er ligt nu een wetsvoorstel voor. Gezien de spoed en aangezien veel maatschappelijke organisaties vinden dat het te lang heeft geduurd, is het goed dat we dit wetsvoorstel met elkaar aannemen. Toch zagen we in het wetsvoorstel punten die voor verbetering vatbaar zijn. Dan is de verleiding bij onze fractie altijd om amendementen in te dienen om het beter te maken, maar de manier waarop het is gegaan — denk aan het tempo en aan het stempel dat de Autoriteit Persoonsgegevens erop heeft gedrukt, wat we daar ook van vinden — heeft ons ervan overtuigd om nu vragen voor te leggen. Over een jaar of twee kunnen we bij een evaluatie dan altijd kijken of de reikwijdte voldoende is of dat die breder moet.
Vandaar de volgende vragen. Ik ga even in op artikel 8.4a, lid 1: "Onze Minister kan besluiten dat informatie uit beperkt openbare documenten die persoonsgegevens bevat, door een archivaris voor eenieder via internet ter raadpleging of gebruik beschikbaar kan worden gesteld." De vraag is dan: hoe gaat de minister dit praktisch vormgeven als het gaat om oorlogsarchieven die op decentraal niveau worden beheerd? Kunnen gemeentearchieven of stadsarchieven ook een verzoek indienen bij de minister? Is dat dan de logische route? Waarom niet het lokaal bestuur in positie brengen? Dat is gewoon een vraag om te achterhalen waarom er in het wetsvoorstel voor gekozen is om het op deze manier te organiseren.
Een andere vraag: hoe gaat de minister om met onderwerpen die niet vallen onder de bovenstaande onderwerpen? Dan heb ik het dus over de gekozen reikwijdte, waarbij je moet denken aan oorlogsmisdaden, totalitaire regimes et cetera; het bekende rijtje. Hoe gaat de minister om met verzoeken die ook zwaarwegend zijn, maar net buiten deze categorieën vallen? Is die ruimte er?
Vraag drie: hoe gaat de minister om met archieven die berusten bij instellingen die niet onder de Archiefwet vallen? Het NIOD, het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie, valt niet onder deze wet, maar beheert informatie die uitermate goed past binnen de doelstelling van deze wet. Ik ben heel benieuwd hoe u daarop reflecteert.
Dat waren de aanvullende vragen. Tot slot kom ik op een ander punt. Dat raakt niet aan dit wetsvoorstel, maar wel aan het Nationaal Archief als zodanig. De PRO-fractie maakt zich grote zorgen over het voornemen van het Nationaal Archief om te stoppen met het opnemen van particuliere archieven en om zijn publiekstaken te staken. Er bestaat een groot risico dat dit leidt tot ernstige lacunes in de mogelijkheden voor geschiedschrijving, waarheidsvinding en onderzoek naar maatschappelijke ontwikkelingen. Mijn fractie vreest dat andere archieven deze taak niet zomaar volledig kunnen overnemen. Kan de minister over deze koerswijziging advies inwinnen bij bijvoorbeeld het ACOI, het Adviescollege Openbaarheid en Informatiehuishouding, voordat zij het Nationaal Archief deze weg laat inslaan? Wat is de positie van de minister? We hebben ook een motie op dit punt.
Tot slot. De PRO-fractie maakt zich ook zorgen over de uitvoerbaarheid van de gewijzigde Archiefwet, die vorig jaar is aangenomen. In mijn inleiding begon ik daarover. Wordt in de Archiefwet wel voldoende rekening gehouden met de digitale werkelijkheid? We hebben daar toen ook op gehamerd. De achterstanden in de informatiehuishouding, de versnipperde opslag en de gebrekkige metadata baarden de PRO-fractie zorgen. Daarover hebben we in maart schriftelijke vragen gesteld. De antwoorden van de minister stellen ons niet helemaal gerust. Wij zullen daar via een motie op terugkomen, omdat er rijksbreed — ik kijk naar de minister, maar het geldt voor al uw collega's — nog echt werk aan de winkel is.
Dank u wel.