Ja, op zich kan dat. Ergens begin volgend jaar krijgt u die, als u dat goedvindt. Mooi.
Met iets anders kan ik de heer Boon niet blij maken. Ik ga niet een speciale eenheid met 500 militairen oprichten voor het opsporen van illegalen. Als Defensie gaan wij daar niet over, en we hebben al zat te doen. Het laatste wat ik wil doen, is nog meer op het bordje van onze militairen gooien.
Dan vroeg mevrouw Dobbe welke steunmechanismen en regelingen er zijn voor vrouwen binnen Defensie als er sprake is van seksueel agressief gedrag, denk aan aanranding en verkrachting. Allereerst is seksueel geweld strafbaar. Elk geval wordt meteen onderzocht door de KMar. Afhankelijk van de uitkomst van het onderzoek nemen wij meteen maatregelen. Dit kan onder andere leiden tot strafontslag. Het belangrijkste is de meldingsbereidheid van deze vrouwen. Dat is denk ik de grootste drempel: schaamte. Het is daarom van belang dat wij veel vertrouwenspersonen hebben, dat wij campagnes hebben om dit te agenderen, dat wij hier in de opleiding aandacht aan geven en dat elke vorm van grensoverschrijdend gedrag, zeker als het gaat om aanranding en verkrachting, natuurlijk onacceptabel is. Dat moeten we keihard aanpakken en dat zullen we blijven doen.
Er is gevraagd of de staatssecretaris kan garanderen dat er in de wetten en plannen die nu worden uitgewerkt geen wijzigingen komen in de medezeggenschaps- en vakbondswerkwijze voor Defensie. U doelde op de Wodg. Om het even puur te houden, stel ik voor dat wij deze antwoorden geven in het verslag, zodat het bij het goede wetsvoorstel terechtkomt. De vraag wordt dus beantwoord in het verslag van de behandeling van de Wodg. Dat is namelijk wat ons betreft waar die thuishoort.
De heer Van Houwelingen vroeg: hoe staat ons leger ervoor als we los van de EU en de NAVO ons land zouden moeten verdedigen; kunnen we dat dan en zijn we daarop voorbereid? Ik denk dat de wereld een stuk onvoorspelbaarder is geworden dan wij ons ooit in ons leven hebben kunnen voorstellen. Het belang van bondgenootschappen is nog nooit zo belangrijk geweest. Iemand sprak over de Straat van Hormuz en over Taiwan. Daarvan zou je kunnen denken: het is ver weg en het raakt ons niet. Maar wij zien hoe conflicten en incidenten ver weg grote effecten hebben op Nederland. Dat zijn dreigingen die wij als Nederland onmogelijk aankunnen. Daarom is het essentieel dat wij in een bondgenootschap als de EU en de NAVO zitten. Stel dat wij alles zelf zouden willen doen, dan kunnen we volgens mij niet de garantie geven dat we Nederland veilig kunnen houden. Dan staan we er echt heel anders voor. Dan hebben we hele andere investeringen die we in Defensie moeten doen. Ik denk dat ik dan ook maar meteen de dienstplicht moet gaan afstoffen, want dan moeten we heel veel capaciteit zelf hebben, terwijl we nu kunnen rekenen op onze bondgenoten. In alle gevallen is het dus goed dat we in een bondgenootschap zitten.
Uitspraken Derk Boswijk, 28 sep