Dank, voorzitter. Een debat over personeel en Defensie kan natuurlijk niet anders dan beginnen met woorden van waardering namens JA21 voor al het Defensiepersoneel en natuurlijk onze veteranen.
Voorzitter. Nederland heeft een veel grotere en sterkere krijgsmacht nodig. Daar hoort personeelsgroei bij. Daar bestaat ook bij JA21 geen enkele twijfel over. De samenstelling van de 102.000 personen is inmiddels duidelijker geworden. Defensie beoogt een toename van 10.000 beroepsmilitairen en 10.000 reservisten. Dat is nogal wat. In de door Defensie gedeelde grafieken staat zelfs dat het aantal burgermedewerkers moet dalen van 26.000 naar 25.000. Wij vragen ons dus af hoe het dan kan dat een relatief groter deel van de groei bij Defensie uit burgermedewerkers bestaat. Wat gaat hier mis? Hoe is de staatssecretaris van plan meer beroepsmilitairen en reservisten aan te trekken?
Voorzitter. Uit de beantwoording van schriftelijke vragen blijkt dat de samenstellingen van de doelstelling van de 122.000 werknemers en van het opschalingsscenario richting de 200.000 pas het komende halfjaar concreet worden uitgewerkt. De mobiliseerbare capaciteit in dat laatste scenario zal grotendeels uit reservisten bestaan. Bovendien erkent het kabinet in de beantwoording ook dat de groei naar circa 200.000 mensen op dit moment niet financieel is gedekt. Waarop zijn die aantallen dan gebaseerd? Zijn dit doorgerekende getallen of zijn dit mooie ronkende ambities? Wanneer ontvangt de Kamer dan wel het volledige en onderbouwde financiële plan?
Ook over de rechtspositie van reservisten en de verhouding van reservisten met de werkgevers hebben wij nog wel wat vragen. Is hier niet ook eerst een politiek doel gesteld — het aantal van 20.000 reservisten is genoemd — en wordt de onderbouwing er achteraf bij gezocht? Wanneer zijn de reservistenplannen per eenheid gereed en wanneer ontvangt de Kamer die plannen? Defensie wil daarnaast in 2030 de helft van de militaire effecten met onbemande systemen bereiken, maar op de vraag naar de gevolgen daarvan werd niet duidelijk gemaakt wat dit betekent voor de personeelsbehoefte. Ook zei de staatssecretaris zelf dat personeelsgroei geen doel op zich is en dat het uiteindelijk gaat om het versterken van de gevechtskracht van Defensie. Daar zijn we het helemaal mee eens, maar we zijn wel in de war, want waar zijn die aantallen dan precies op gebaseerd? Welke invloed hebben de onbemande systemen hierop? Welke functies verdwijnen? Welke nieuwe specialismes zijn nodig? Hoe is dit verwerkt in alle genoemde aantallen? Laten we niet vergeten dat deze onduidelijkheid ook rechtstreeks de discussie rondom de opkomstplicht gaat raken als die niet wordt opgehelderd.
Voorzitter. Het probleem lijkt niet alleen een gebrek aan belangstelling. Defensie heeft vooral moeite om belangstellenden om te zetten in inzetbaar personeel. Tijdens het commissiedebat in april spraken wij al over de duizenden mensen die wachten om reservist te worden. Ook voor het dienjaar was de belangstelling veel groter dan het aantal dat kon instromen, terwijl er anderzijds ook weer vacatures openstaan. De staatssecretaris erkende toen dat opleiden de grootste bottleneck was. De Defensienota belooft kortere en modulaire opleidingen en samenwerking met civiele opleidingsinstituten. Dat klinkt verstandig. In 2027 moet Defensie volgens de eigen planning netto met bijna 5.000 medewerkers groeien en hetzelfde geldt voor 2028, maar er vertrekken jaarlijks ook mensen. Die gaan dan bijvoorbeeld met pensioen of vallen uit tijdens selectie en opleiding. De bruto-instroom moet dus eigenlijk nog veel hoger liggen dan deze aantallen. Dat brengt ons op de vraag: hoe staat het er nu voor met de opleidingsketen van Defensie? Is er al verbetering te melden sinds het debat in april? Wat is nu de wachttijd tussen aanmelding, keuring, opleiding en uiteindelijk plaatsing? Wat is de uitstroom tijdens die wachttijd? Hoeveel geschikte kandidaten haken af?
Voorzitter. Groei begint bovendien bij de basis: het behouden van mensen die er al zijn. Het arbeidsvoorwaardenakkoord bevat terecht loonsverhogingen en betere voorwaarden. Dat is positief. Dat is ook niet het grootste probleem voor het behoud van mensen. Wij horen terug dat Defensie notoir stug is op het gebied van interne sollicitaties, omscholing en doorstroming. Volgens de VBM is dit een van de grootste oorzaken van het verlaten van de dienst door militairen. Herkent de staatssecretaris zich in dit beeld? Welke maatregelen worden er genomen om dit probleem te verhelpen?
Voorzitter. Naast militaire reservisten heeft Nederland ook goed georganiseerde civiele reserves nodig. Tijdens de coronacrisis bleek dat Nederland geen gebrek had aan mensen die wilden helpen. Vanuit die ervaring heeft de SES de Nationale Zorgreserve opgebouwd. Het ligt voor de hand om dit model verder te institutionaliseren en uit te breiden naar de gebieden die zijn voorgesteld door SES: de techniek, de logistiek en de veiligheid. Dit past rechtstreeks binnen total defence, oftewel de "whole of society"-benadering. Dat is een benadering waar JA21 al langer voor pleit. Deze modellen komen uit Scandinavische landen en worden ook in de wetenschappelijke literatuur aangeprezen. De kern is dat zij de nationale verdediging niet beschouwen als een exclusieve taak van de krijgsmacht. In duidelijk geschetste plannen laten zij zien hoe ook vooraf de overheid, het bedrijfsleven, maatschappelijke organisaties, vitale sectoren en burgers gezamenlijk optreden tijdens crisis en oorlog. Dat bereik je niet alleen met institutionele afspraken; dat vraagt ook om een cultuuromslag in de samenleving. De Defensienota komt inhoudelijk in de buurt. Er staat iets in over een schaalbare krijgsmacht, civiele partners, ecosystemen en dergelijke, maar een echt samenhangende landelijke strategie conform het Scandinavische model is er nog niet. Hoe kijkt de staatssecretaris hiernaar? Is hij bereid om samen met VWS, Justitie en Veiligheid, Sociale Zaken en Economische Zaken te komen tot een rijksbrede strategie voor civiele reserves, als onderdeel van een bredere "whole of society-" of "total defence"-aanpak?
Voorzitter. Wij krijgen signalen dat de financiering van de Zorgreserve onzeker dreigt te worden.
Uitspraken Annabel Nanninga, 28 sep