De heer Van Lanschot had een vraag over het maatschappelijke rendement van de selectieve opkomstplicht: kan de staatssecretaris toezeggen om bij de uitwerking van de selectieve opkomstplicht het maatschappelijk rendement te gaan meten? Inderdaad zitten de behoeften en de meerwaarde die wij als Defensie leveren, niet alleen in het veiligheidsdomein. Er zijn ook maatschappelijke effecten. Wij zullen dit meenemen in de uitwerking. Hoe we dat precies moeten vormgeven? Dit gaat niet het laatste debat zijn, denk ik zomaar. Het is een terecht punt. We moeten laten zien wat de maatschappelijke effecten zijn van het Dienmodel. Het is een goed punt. We zullen het meenemen.
De heer Van Lanschot vroeg hoe we gemotiveerde jongeren zo snel mogelijk binnen krijgen en hen die niet militair willen worden, gemotiveerd en aangehaakt krijgen bij de burgerreserve. Het model omvat veel verschillende initiatieven om gemotiveerde jongeren hiermee in aanraking te brengen. Er is natuurlijk onder andere het Dienmodel. Dat bevat verschillende doorstroom- en instroommogelijkheden binnen Defensie. U kent natuurlijk allemaal het Dienjaar. Dat is, denk ik, het meest succesvol op dit moment. Ik noem ook de NWT, waarmee we recent zijn begonnen. Die heeft meer aanmeldingen dan er nu plek is. Daarmee boren we weer een hele andere doelgroep aan, namelijk mensen die iets ouder zijn. Het Defensity College is, denk ik, ook een goede. Daarnaast is er natuurlijk — die staat niet op mijn blaadje — VeVa voor het vmbo- en mbo-niveau. Dus we hebben nu voor alle niveaus en leeftijden een eigen aanbod om bij Defensie binnen te komen. We zijn dat ook veel beter intern aan het inrichten. Kom je van de NWT af, dan weet je veel beter waar je landt. Maar ik heb het geloof ik al eerder verteld: we zitten in een vliegtuig terwijl we dat aan het afmonteren zijn. Dus we hebben heel veel dingen gelanceerd, veel aanwas binnen, maar nu zijn we vooral de interne processen aan het stroomlijnen. Dat is eigenlijk ongoing business. We hopen u daarvan ook op de hoogte te houden.
Dan de heer De Groot over de personele groei: hoe reëel zijn die verwachtingen? Vooralsnog ziet het ernaar uit dat we de ambities voor 2030 gaan halen, dus dat we voldoende instroom zien. De grote beperking op dit moment zit vooral bij onszelf: de uitbreiding van de keuringscapaciteit; het matchen van de vaardigheden, dus dat je niet meer naar diploma's kijkt, maar kijkt wat je binnen hebt, wat je kunt gebruiken en wat er beter past; het aantrekken van externe opleidingscapaciteit om die opleidingen sneller te doen; een betere inrichting van de keuringslocaties. Dat zijn allemaal schakels waar we nu mee bezig zijn. We hebben het daar ook eerder over gehad in het debat. Ik houd jullie via de Stand van Defensie op de hoogte van hoe de voortgang verloopt. Als we kijken naar de aanwas, dan zien we nu gewoon een groei van een kleine 5.000 begin dit jaar. We zien die groei dus wel de goede kant opgaan. Maar mijn zorg betreft vooral de beroepsmilitairen. Het is mijn hoop en verwachting dat we daar met de nieuwe arbeidsvoorwaarden ook een versnelling in kunnen gaan maken. Ik zie bij de verschillende instroommodellen ook dat steeds meer deelnemers blijven hangen als beroeps, dus daarin zien we een verbeterde trend. De grootste uitdaging zit 'm uiteindelijk niet zozeer in de kwantiteit, maar in de kwaliteit. Wat ik daarmee bedoel, zijn die schaarstefactoren, dus technisch personeel en zorgpersoneel. Dat is eigenlijk de grootste uitdaging waar we nu naar kijken.
De heer Bolhuis had de vraag: hoe groot is de groep van het Dienjaar op dit moment? Dat zijn ongeveer tussen de 1.100 en 1.200 Dienjaarmilitairen per jaar, verdeeld over de vier verschillende OPCO's. Dat is het aantal waar we nu aan zitten. Het is goed om te weten dat we twee à drie jaar geleden — geloof ik, zo uit mijn hoofd — ooit zijn begonnen met 250. Dus ook daar zien we dat er best wel een forse groei in zit, en dat er nog steeds meer aanmeldingen dan plekken zijn.
De heer De Groot vroeg ook hoe de staatssecretaris met deze programma's wil bijdragen aan de algehele weerbaarheid. Wat ik al zei: ongeveer 60% van de deelnemers aan de NWT en het Dienjaar blijft hangen als beroeps of reservist. Dat is ook een toenemend aandeel. Tegelijkertijd is het programma nog relatief nieuw, dus om de echte trend te kunnen beoordelen, moeten we het wat langer bezien, maar vooralsnog is het veelbelovend. De deelnemers krijgen vaardigheden waar ze niet alleen bij Defensie wat aan hebben, maar net zo goed in de samenleving. Het gaat dan over samenwerken, leiderschap, ethiek, militaire EHBO. Ik denk dat dat vaardigheden zijn die altijd goed zijn in onze samenleving. Ondertussen — dit ligt in het verlengde van de vraag van de heer Van Lanschot — kijken we ook hoe we die vaardigheden maatschappelijk beter kunnen borgen, zodat je daar niet alleen als Defensie wat aan hebt. Zo zouden we er ook voor kunnen zorgen dat reservisten of veteranen — ik weet echt niet meer wie dat zei, maar ik geloof dat het mevrouw Nanninga was — bij noodhulppunten een rol kunnen spelen. Die gesprekken voeren wij ook met de veiligheidsregio's.
De heer Bolhuis had een heel terecht punt over de angst bij de 17-jaarbrief: zou de regering kunnen nadenken over een mediacampagne over hoe het echt zit in de wereld, wat het inhoudt enzovoort? Ik denk dat dat een zeer terecht punt is. We zijn met een aantal dingen bezig. We gaan actief naar scholen toe. Ik heb dat ook zelf toegezegd. Ik geloof dat er binnenkort een demonstratie is en ik heb mezelf een soort van uitgenodigd — ik weet niet of ik mag komen — om gewoon het gesprek aan te gaan, omdat ik gewoon zie dat er heel veel beelden worden verspreid die losstaan van de werkelijkheid. Helaas ook in deze Kamer, zeg ik in alle openheid. Dienjaarders gaan bijvoorbeeld niet linea recta naar Oekraïne toe. Daar is geen enkele sprake van. Sterker nog, er zijn Dienjaarders die zelf vragen: mag ik mee op een schip richting de Pacific? Dat gaat altijd op verzoek van de Dienjaarder zelf. Dat is nooit vanuit ons. Maar ik zie wel dat deze beelden resoneren en dat dit ondermijnend is, helaas. Tegelijkertijd vind ik de angst, als die wordt gewekt, legitiem. Die gesprekken moeten we ook aangaan. Dat wil ik ook doen. We zijn ook aan het kijken hoe we gerichte mediacampagnes kunnen doen op mediakanalen waar Defensie op dit moment nog niet op zit, onder andere TikTok. Dat is er eentje waar we naar aan het kijken zijn.
Uitspraken Derk Boswijk, 28 sep