Als ik mijn inleiding afrond, zal ik ze noemen. We zitten nu op 20,3% en bij militairen op 13,2%. We hebben dus wat te doen. Juist daarom heb ik de groei van het aantal vrouwen expliciet onderdeel gemaakt van het programma opschaling van onze krijgsmacht, onder leiding van een generaal-majoor. Dat programma richt zich niet alleen op de aantallen, maar juist ook op de cultuur en de randvoorwaarden. Want we hebben vrouwen nodig om de benodigde groei te kunnen halen, maar ook omdat bewezen is dat gemengde teams beter presteren en dus leiden tot betere resultaten. Die 30% is niet zomaar uit de lucht gegrepen. Onderzoek wijst uit dat 30% de drempel is. Dan wordt de groep als "normaal" en niet als uitzondering gezien.
Heeft dit dan gevolgen voor de kwaliteit van het personeel? Nee, dat heeft het niet. Bij de werving en selectie leveren we niet in op kwaliteit. Die eisen blijven. Het gaat er vooral om dat we meer vrouwen aantrekken, binnenhalen en behouden, omdat daar ook de kwaliteit zit die we nodig hebben. De uitdaging voor de komende tijd is dat we borgen dat die vrouwen dezelfde arbeidsomstandigheden hebben als mannen, zoals rond veiligheid en hun uitrusting.
Hierbij zou ik graag één mooi voorbeeld eruit willen lichten. Ze is hier ook aanwezig. Even kijken, o, daar, ja. Het gaat om luitenant-ter-zee Maite Spel. Zij is reservist en won vorige week de Young Talent Award. Ik en Defensie zijn ontzettend trots op haar. Wat mij betreft is zij een mooi voorbeeld voor de vele vrouwen die Defensie rijk is en hopelijk in de toekomst nog meer gaat zien. Dank.
Ook ben ik trots op het Athena Force-project, een project om vrouwen te trainen en voor te bereiden op speciale eenheden, zoals de commando's, de mariniers en luchtmobiel. Daarbij wordt bijvoorbeeld specifiek gekeken naar de aanpassing van de uitrusting, het beter afstellen van de uitrusting en andere manieren van trainen.
Voorzitter. Wat ook gaat helpen, is het nieuwe arbeidsvoorwaardenakkoord dat in juli met de sociale partners is gesloten. Dank aan de vakbonden voor hun constructieve opstelling, waardoor we relatief snel tot elkaar zijn gekomen. Enkele primaire elementen: 6,5% structurele loonsverhoging per 1 september 2026 en daarnaast een structurele verhoging van 2% per 1 januari 2028. Daarnaast zijn er nog een aantal jaarlijkse eenmalige uitkeringen. Er komt een betere beloning voor startende militairen tijdens hun opleiding en er komen meer mogelijkheden om vrijwillig langer door te werken; dat was een wens van uw Kamer. Tegelijkertijd moeten we ons ook voorbereiden op alle scenario's, zodat we klaar zijn als het nodig is. Daarom bereiden we een dienmodel voor met verplichte elementen zoals een verplichte enquête en ultimo een verplichte opkomst. Hierover heb ik recent ook een brief gestuurd.
Op uw vragen ga ik zo meteen in, maar laat ik allereerst beginnen met het volgende. Het is mijn diepe overtuiging dat het voor de maatschappij en in het bijzonder voor jongeren altijd beter is dat de krijgsmacht vrijwillig wordt gevuld. Ik begrijp de zorgen die door uw Kamer gedeeld zijn dan ook goed. Het is echter ook mijn verantwoordelijkheid om te zorgen dat Nederland is voorbereid op oorlog, zeker in het grijze gebied waar we vandaag de dag mee te maken hebben. Daar hoort ultimo ook een verplichting bij. Ik ben dus bezig met het ontwikkelen van een beleidsinstrument, waarvan ik hoop dat het nooit nodig zal zijn, en de daarbij horende wetgeving. Dit brengt mij ook bij een dilemma, want enerzijds hoor en begrijp ik uw zorgen, wensen en voorkeuren in deze Kamer, maar anderzijds kan en wil ik niet te veel voorsorteren op beleids- en wetsprocessen. Ik ga hierover dan ook regelmatig met u in gesprek.
Ik wil overgaan naar de blokjes. Ik begin eerst met het blokje dienmodel. Daarna heb ik het blokje diversiteit, het blokje werving en uitstroom, het blokje opleiding en ontwikkeling, het blokje reservisten, het blokje arbeidsvoorwaarden en het blokje geneeskundig. Het laatste blokje gaat over overige belangrijke zaken.
Ik begin dus bij het onderwerp dat misschien wel het meest besproken is. Dat gaat over de selectieve opkomstplicht. Onder andere de heer Boon en mevrouw Dobbe hebben gevraagd: waarom is Defensie nu bezig met een systeem om jongeren verplicht in dienst te stellen? Ik denk dat het goed is om hier toch nog even een beeld te schetsen van de huidige situatie. Op dit moment is er al een dienstplicht; die is alleen opgeschort. Ik hoorde mevrouw Dobbe het al hebben over de "dwangladder". Ik zou het wetsvoorstel waar we aan willen werken en dat dus ook nog de kant van uw Kamer op komt, eigenlijk eerder willen zien als een rem op dwang dan als een dwangladder. Het model dat we nu hebben, om maar even in metaforen te blijven, is namelijk een noodschakelaar — hij kan aan en uit — en het model waar we naartoe willen, is een dimmer. Je kan er dus aan draaien naargelang de situatie. Wat mij betreft komen we daarmee juist aan heel veel zorgen in deze Kamer tegemoet, want het model dat we nu hebben, is veel extremer dan het model waar we eigenlijk heen zouden willen, waarin je veel meer kan nuanceren.
Ik wens ook wel iets te melden over de status, over waar we nu zijn. We hadden twee keuzes. We hadden het achter gesloten deuren kunnen voorkoken en hadden u kunnen overvallen met een wetsvoorstel. We hebben besloten om u toch redelijk snel al mee te nemen in de ideeën, de gedachtes, de mitsen en de maren. Daar heeft u ook recent nog een brief over gehad, zoals eerder in een debat is toegezegd. De heer Van Baarle zei net: "Er is een motie aangenomen. Wij willen niet dat er wordt overgegaan naar dat nieuwe model, naar die dimmer, omdat wij vinden dat eerst de Kamer hier een zegje over moet hebben." Dat is inderdaad zo. Voor dit wetsvoorstel zullen wij dus nog het hele reguliere wetsproces gaan doorlopen. De insteek is idealiter Q1 2029. Dan hebben we nog een hele periode daarvoor, waarin de Raad van State zal worden gehoord en waarin ik ook zelf het gesprek zal aangaan, vooral in de samenleving, maar met alle liefde — heel graag zelfs — ook met jongeren. Dat doe ik ook met u, met uw Kamer, zoals we dat vandaag ook doen. Vandaag is ook niet de eerste keer dat we dat doen. Dat alles doen we om te zorgen dat dit op een ordentelijke manier gebeurt. Maar uw zorgen zo aanhorend denk ik eerlijk gezegd dat u hier blij mee zou moeten zijn. Liever de dimmer dan de noodschakelaar, zou je denken.
In het verlengde daarvan vroeg mevrouw Dobbe: moeten jongeren zich zorgen maken over sancties, boetes en gevangenisstraffen? Het is misschien wel goed om te melden dat ook deze details, die ontzettend belangrijk zijn, in het wetsvoorstel en het wetstraject zullen worden meegenomen. Ik zeg daar nogmaals bij: in de huidige wetgeving is er al sprake van een sanctiesysteem. Het is dus niet helemaal nieuw. Natuurlijk begrijp ik de zorgen, maar ik vind dat politici zelf ook verantwoordelijk zijn voor de manier waarop we over dit onderwerp communiceren.
De heer Van Baarle vroeg of de staatssecretaris kan garanderen dat de aangenomen motie van DENK wordt uitgevoerd en dat er geen stappen worden gezet. Zoals ik al zei, zijn we op dit moment bezig met het uitwerken van het beleid. Er komt uiteindelijk een wetsvoorstel naar de Kamer en de Kamer wordt dus bij elke stap meegenomen.
Mevrouw Dobbe vroeg hoeveel militairen er nodig zijn om afschrikwekkend genoeg te zijn. "Welke factoren ten overstaan van Rusland en waarom is een opkomstplicht dan noodzakelijk?" Zoals ik in de brief heb geschreven, zijn er situaties die kunnen leiden tot een stap op die escalatieladder. We hebben er drie genoemd: verslechtering van de internationale veiligheidssituatie, uitbreiding van het operationele takenpakket en structurele ondervulling. De laatste kan bovendien nooit een alleenstaand onderdeel zijn. Ik begrijp, nogmaals, de wens van de Kamer dat ik een concreet voorbeeld geef bij de laatste stap. Bij de activering van de selectieve opkomstplicht kan men denken aan oorlog of oorlogsgevaar. Maar uiteindelijk zal zo'n besluit altijd moeten worden genomen op basis van beargumenteerd militair advies. Het is dus niet iets wat wij op een achternamiddag besluiten.
Voorzitter. Nogmaals, wij zullen op een later moment nog een apart wetstraject krijgen en daarin zullen we hierbij uitgebreid stilstaan. Ik kan me ook voorstellen dat de Kamer dan zelf ook het initiatief voor een rondetafel of een technische briefing neemt om zich op die manier te laten informeren. Maar wij hebben er juist voor gekozen om de Kamer in een vroeg stadium al mee te nemen en om de Kamer onderdeel te laten zijn van het denkproces dat wij doormaken.
De heer Bolhuis vroeg voor welke jongeren de selectieve dienstplicht zou gaan gelden. "Welke sectoren?" In principe geldt de dienstplicht voor alle jongeren tot 35 jaar. Het is echter niet mogelijk en noodzakelijk om alle jongeren die jaarlijks 18 jaar worden, op te leiden. Ik geloof dat de heer Van Baarle iets zei over een cohort van 200.000. Nou, 200.000 zouden we inderdaad op dit moment helemaal niet kunnen behapstukken. Bovendien is het op dit moment ook niet noodzakelijk. Maar de komende tijd zullen we uitwerken hoe we die selectiekeuzes gaan maken, omdat we misschien gaan zien dat bepaalde dreigingen weer andere vaardigheden vragen. Dat doe je, omdat je er anders met een schot hagel op losgaat. Deze vragen zijn zeer terecht en ze zetten ons natuurlijk ook aan het denken. Maar we zijn het op dit moment dus aan het uitwerken.
De heer Van Lanschot had het over de erkenning van de vaardigheden die je in je diensttijd opdoet. "Welke vaardigheden die tijdens de diensttijd worden opgedaan, worden vertaald naar erkende diploma's en certificaten?" Op dit moment proberen we in het dienjaarmodel zo veel mogelijk aan te sluiten bij civiele opleidingen. We hebben ook al afspraken gemaakt over de kwaliteitskeurmerken. Stel dat je een dienjaar hebt gedaan, dan krijg je inderdaad diploma's die ook in de civiele wereld of bij vervolgopleidingen kunnen worden gebruikt. We hebben daarvoor nadrukkelijk gekeken naar hoe andere landen dat doen. Ik denk dat ze dat bijvoorbeeld in Zweden op een hele goede manier doen. Het is daar ook een van de "drivers" waarom jongeren zich aanmelden. Ze zien een streepje op hun cv en denken dan: ik heb er in de rest van mijn leven ook iets aan. Dat is dus een praktijk die we nu al nadrukkelijk verwerken in onze opleidingen.
Uitspraken Derk Boswijk, 28 sep