Commissiedebat · donderdag 3 september 2026
IVD-aangelegenheden
Dilan Yeşilgöz-Zegerius
minister van Defensie, viceminister-president
Veel dank, voorzitter. Ik denk dat het — minister Heerma heeft dat ook al gezegd — juist in deze tijd van groot belang is om ook met u te spreken over het werk van onze inlichtingendiensten. De onrust in de wereld en de snelheid waarmee geopolitieke ontwikkelingen elkaar opvolgen en daarmee de enorm toenemende vraag om ook met inlichtingen onszelf te kunnen weren, maken dat het heel belangrijk is dat we daar hier met elkaar bij stilstaan. Ik wil mevrouw Kathmann bedanken — ander collega's sloten daarbij aan — voor haar uitgebreide inleiding, waarbij ze ook de waardering uitsprak voor onze mensen en het werk dat zij doen. Ik ben het ook heel erg eens met de leden die zeggen: juist omdat het werk zo fundamenteel is om ons veilig te houden, is het belangrijk om dat met de juiste waarborgen te doen. Daarmee ben ik er echt van overtuigd dat we onze rechtsstaat dan als wapen kunnen gebruiken tegen degenen die die omver willen werpen.
Er is al heel veel gezegd, dus ga direct maar door naar de beantwoording van de vragen. Ik zei al tegen de voorzitter dat ik niet echt blokjes heb, want ik heb vandaag een beperkte rol. Dat is wennen, maar het is ook weleens fijn. Misschien kunnen we dit samen vaker doen.
Ik begin met een aantal vragen die zijn gesteld over de Wet bescherming nationale veiligheid door de inlichtingen- en veiligheidsdiensten. Daar komen we natuurlijk bij de behandeling van die wet uitgebreider over te spreken. Mevrouw Kathmann had vragen over de mogelijkheid van het inzetten van staatsnoodrecht: kan het strenger, is het makkelijk, wat is de drempel? Alleen in het kader van zeer buitengewone omstandigheden kan het staatsnoodrecht in werking worden gesteld, zoals in een situatie waarin Nederland verwikkeld zou raken in een grootschalig gewapend conflict. U kunt zich voorstellen dat dat een zeer uitzonderlijke situatie is, waaraan we met z'n allen alles doen om die te voorkomen. De inwerkingstelling van het staatsnoodrecht volgt de reguliere procedure die ook in andere wetten geldt. We hebben dus daarvoor niet een andere methode opgenomen in onze wet. Het is dan wat ook op andere momenten zou gelden. Daar wordt niet van afgeweken. Er bestaan dus geen versoepelingen in het kader van het beschermen van de nationale veiligheid.
Ik voeg nog maar even toe, gewoon als herinnering voor Kamerleden, dat instelling ervan gebeurt door middel van een koninklijk besluit op voordracht van de mp, de minister-president, en omdat daarbij ook gelijk aan voortduringswetten wordt gewerkt, wordt dat dan aan uw beide Kamers toegestuurd. Dat is ook de afspraak die we met elkaar hebben. Daarmee hebben de Staten-Generaal volledige zeggenschap over de voortduring van de toepassing van het staatsnoodrecht en ook het laatste woord over de inzet daarvan. Dat is dus allemaal conform wat we hier met elkaar hebben afgesproken op andere plekken.