Dank u, voorzitter. Wat ik mooi vind aan een debat over de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten is dat Kamerleden de kans krijgen om een pluim te geven aan alle mensen die daar met één doel werken, namelijk om ons land veilig te houden. Het is belangrijk om daarbij stil te staan, want er gebeurt veel in het geheim. Als het goed gaat en je succes hebt, dan komt dat vaak niet aan het licht, maar daar doen onze mensen het ook niet voor, want dat weten ze als ze aan de klus beginnen.
Waarom is het belangrijk om daarbij stil te staan? Omdat werken in het geheim met hele verregaande bevoegdheden om maximale democratische controle vraagt. Daar zit spanning op. Als we hier met elkaar in debat gaan over de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten, dan hebben we het vaak veel over die spanning en niet over het goede werk. Het is goed om expliciet te benoemen dat dat niet uit wantrouwen is, maar om onze rechtsstaat te beschermen. Het belangrijkste mandaat dat de diensten hoog moeten houden is het vertrouwen van Nederlanders dat juist de geheime macht van de overheid het sterkst gecontroleerd wordt.
Onze diensten moeten niet alleen 2026 ingeslingerd worden, maar het is geopolitiek ook nog eens intens spannend. Maximale snelheid, flexibiliteit en mogelijkheden om data te verzamelen, zijn gewenst. Aan de andere kant vraagt juist de gedigitaliseerde samenleving meer dan ooit om bescherming van burgers tegen massasurveillance en politiestaatachtige praktijken. Misschien doe je dat niet per se voor het hier en nu, met een democratie die functioneert en diensten die je kunt vertrouwen, maar voor de toekomst, waarin dat minder het geval kan zijn. Daarom wil ik zelf een nieuwe traditie starten bij debatten over de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten: niet alleen een goede pluim voor het werk dat wordt geleverd, maar ook een shout-out naar alle Nederlanders die vertrouwen in die controle. Dat vertrouwen moet iedereen kunnen blijven houden en precies daar zit mijn zorg, bij de Wet bescherming nationale veiligheid door de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, die vorige week in consultatie is gegaan.
Ik wil beginnen bij het toezicht. De democratische controle van de diensten is naar de aard van hun geheime activiteiten afhankelijk van de toezichthouders, die diep in de keuken van de diensten mogen kijken. Het kabinet heeft gekozen voor één toezichthouder, waar de TIB en de CTIVD in opgaan: het College van Toetsing en Toezicht op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, het CTT. Dat kan een goede keuze zijn, maar het wringt dat er een nieuwe set waarborgen wordt aangekondigd. Wie goed leest, komt erachter dat die nieuwe waarborgen meer bestaan uit het aan banden leggen en het verkleinen van het toezicht. Dat kan toch niet de bedoeling zijn, zo vraag ik aan de ministers.
De TIB stelt in het jaarverslag vast dat er bij de AIVD in 2025 sprake was van een stijging van het aantal onrechtmatigheidsbeslissingen. Dat komt voor een deel vanwege slordigheden bij de AIVD, zoals het ontbreken van informatie. De TIB stelt dat dat vermijdbaar is. Die slordigheden hebben te maken gehad met het feit dat de AIVD in 2025 minder invulling heeft gegeven aan de interne juridische kwaliteitscontrole. De vraag is hoe dit komt en waarom de AIVD slordig is. Als we de bevoegdheden van de diensten gaan vergroten en zij meer bulkinformatie binnen kunnen gaan halen, dan moet de interne controle op orde zijn, ook omdat de externe toezichthouders dan pas goed kunnen gaan toetsen of de diensten zich aan de bij wet voorgeschreven bevoegdheden houden. Hoe gaan deze problemen opgelost worden en hoe wordt de Kamer hiervan op de hoogte gehouden? Dit is echt een essentieel punt met het oog op de nieuwe wet.
Ik begrijp ook dat het staatsnoodrecht in de nieuwe wet komt te staan. Ik kan op zich begrijpen dat de diensten in tijden van nood, waarin grote spoed gewenst is, snel moeten kunnen handelen en dat de bestaande vaste regels dan even aan de kant geschoven moeten worden. Maar dat is wel een bevoegdheid die niet snel ingezet moet kunnen worden. Het zal dus zeer zorgvuldig moeten worden ingebed. Het lijkt erop alsof dat nu nog niet het geval is. En hoewel de nieuwe wet de ronkende titel "Wet bescherming nationale veiligheid door de inlichtingen- en veiligheidsdiensten" heeft gekregen, is er niet voor gekozen om ook de NCTV onder de nieuwe wet te brengen, terwijl daar alle reden toe is gezien de taken van de NCTV en de dreigende overlap met andere diensten.
Tot slot, voorzitter. Progressief Nederland snapt zeker, gezien de spanningen in de wereld, dat haast met deze wet gewenst is, maar nationale veiligheid en het bewaken van onze rechtsstaat mogen nooit een soort valse tegenstelling worden. Onze rechtsstaat gaat over het beschermen van burgers en dus over veiligheid. Minister Yeşilgöz-Zegerius zei ook niet voor niks, toen ze bevraagd werd over deze wet: we bestrijden onze vijanden met onze rechtsstaat. Daarom vindt Progressief Nederland bij deze wet een wetenschapstoets een essentiële stap. Ik hoop eigenlijk dat vele collega's dat met ons vinden.
Uitspraken Barbara Kathmann, 3 sep