Volgens mij heb ik een aantal feiten benoemd, die hier door de minister ontkend worden. Ik verwijs naar wettelijke artikelen en passages in de jaarverslagen en rapporten van de AIVD waarin zij aangeven dat de AIVD ook beoordeelt of opvattingen juist zijn. Zij noemen dat een cruciaal onderscheid voor de vraag of een boodschap wel of niet ondermijnend zou zijn. Dat is heel zorgwekkend. De minister ontkent dat. Het is dus niet alleen een kwestie van je zin niet krijgen, maar ook een kwestie van je democratische controleplicht niet kunnen uitoefenen. Dat maakt het debat heel lastig.
Uitspraken Gideon van Meijeren, 3 sep