Commissiedebat · woensdag 9 september 2026
Caribisch Nederland VWS
Mirjam Sterk
minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport
Zeker, zeker. Dank u wel, voorzitter. Bon dia, good morning of goedemorgen — of eigenlijk moet ik dat veranderen in bon dia, good afternoon en goedemiddag. Ik kan het namelijk op twee manieren zeggen. Terwijl wij hier in de middag het debat voeren, zitten er misschien wel mensen op de eilanden naar ons te kijken. Ik weet in ieder geval dat onze ambtenaren daar op dit moment zitten te kijken, want as we speak hebben zij ook geholpen met het beantwoorden van de vragen. Vandaar dat dit debat ook pas in de middag kon plaatsvinden. Inmiddels is het later, maar het was daar 8.00 uur toen wij hier begonnen. Dat was best wel vroeg.
Ik ben heel blij dat we vandaag spreken met elkaar over de zorg in Caribisch Nederland. Ik ben vooral heel blij dat dit gebeurt nadat we daar zelf op bezoek zijn geweest. Dat geeft veel meer kleur en misschien ook wel geur aan waar het over gaat vandaag dan wanneer je dat alleen maar uit de papieren moet vernemen. Dank ook voor de herkenbare beelden die een aantal van u schetsten. Ook heb ik op Mount Scenery gelopen, dus dat maakt er twee in deze ruimte. Dat is absoluut een aanrader, zeker als het gaat over bewegen en gezond leven. Een mooie uitdaging, maar het wordt echt beloond met een prachtig uitzicht. Ook ik herken de landing op Saba — ik heb die inmiddels drie keer gedaan — waarbij je als je enige neiging tot vliegangst hebt, heel onrustig in het vliegtuig zit. Elke keer ben je weer blij als het vliegtuig weer op tijd stopt op die baan. Maar ook dat herkennen jullie vast.
Ik ken de eilanden eerlijk gezegd al veel langer, want ook ik heb aan jullie kant gezeten en heb met enige regelmaat de eilanden bezocht toen ik Kamerlid was. Maar als minister ben ik opnieuw erg onder de indruk van het leven daar, van de mooie kanten ervan, het mooie weer, de vrolijkheid van de mensen daar, maar tegelijkertijd zie je ook waar het heel ingewikkeld is. Dat geldt zeker voor waar het vandaag over gaat. Aan de ene kant heb je te maken met mensen die zorg nodig hebben, maar aan de andere kant heb je te maken met de context waarbinnen die zorg moet plaatsvinden, die gewoon echt wel anders is dan het land waar hij hier in leven.
Eén moment daar is mij extra bijgebleven. Dat vond ik ook wel mooi. Ik vertel het in reactie op de vraag die ik van de heer Van Dijk kreeg over wat ik heb gezegd over de bijdrage die kerken kunnen leveren. Ik heb in Rincon een speeltuin geopend. Dat heb ik onder anderen samen met de pastoor gedaan. Op het terrein van de kerk is namelijk een soort inclusieve speeltuin geopend, "inclusief" in de zin dat er ook plek is voor jongeren en kinderen met een beperking, maar er ook tafeltjes voor ouderen zijn. Er zit daar namelijk ook een ouderencentrum. Die ouderen kunnen daar eventjes gaan zitten en kijken. Ook is er volgens mij een plek waar je kunt schaken of dominoën. Het is daarmee een hele mooie gemeenschapsplek geworden. Ik vond het ook een mooi voorbeeld van hoe je dat juist, zoals u ook stelt, met elkaar kunt verbinden.
Ik durf te stellen dat er vanaf 2010 door mijn voorgangers echt grote stappen zijn gezet — dat herkende ik ook nadat ik daar de vorige keren was geweest — om de zorg te verbeteren. De realiteit is ook dat in zestien jaar niet alles kan en dat we er gewoon nog niet zijn. Sommige opdrachten zijn soms ook moeilijker dan gedacht. U heeft, denk ik, allemaal de brief gezien die we gestuurd hebben voorafgaand aan dit debat. Daarin ben ik daar natuurlijk ook op ingegaan. Net als mijn voorgangers streef ik naar een voorzieningenniveau dat gelijkwaardig is aan dat in Europees Nederland.
Daaraan koppel ik de vraag die de heer Van Dijk daarover heeft gesteld: wat betekent dat dan? Het betekent in ieder geval niet dat op iedere locatie exact dezelfde voorzieningen beschikbaar moeten zijn. Dat wordt namelijk ook best wel ingewikkeld voor sommige voorzieningen. Ik noem maar even het voorbeeld van een kraamverzorger of een verloskundige. Dan heb je gewoon nodig dat je met enige regelmaat je bekwaamheid kunt oefenen, om niet alleen bevoegd te zijn, maar ook inderdaad dat te kunnen doen wat gevraagd wordt. Ik kijk daarbij naar de heer Claassen, want wij hadden daar laatst ook een debatje over. Op een eiland waarop relatief weinig bevallingen zijn, is dat best ingewikkeld. Dat is ook de reden waarom je die niet op dat eiland laat plaatsvinden, maar op een plek waar juist wel verloskundigen zijn die dat met grote regelmaat doen, waardoor ze ook bekwaam zijn om dat te doen, zodat er veilige en passende zorg wordt verleend. Dit betekent wel dat passende zorg en ondersteuning altijd beschikbaar moeten zijn, zoals we dat ook in Nederland hebben. Dat betekent: dicht bij huis als het kan, van hoge kwaliteit, en wat verder weg als dat noodzakelijk is. Dat kan zijn op Sint-Maarten, Aruba, Curaçao of Bonaire, of wat verder weg, in Colombia of soms zelfs in Nederland.
Uit de rapporten die zijn verschenen blijkt ook dat we nog …