Dank u wel, voorzitter. Ook ik wil uitspreken dat ik het werkbezoek dat we met elkaar brachten heel erg bijzonder vond. Ik denk dat het echt heel nuttig is dat we er als commissie van VWS een keer geweest zijn en zelf hebben mogen zien en mogen ervaren hoe moeilijk het bijvoorbeeld is om te bewegen op Saba. We moesten een klein stuk lopen naar het restaurant en dat was een uitputtingsslag voor de hele groep, volgens mij. Dat maakt de werkelijkheid wel weer duidelijk.
In ieder geval werd tijdens het bezoek aan alle drie de eilanden duidelijk dat ieder eiland zijn eigen schaal, cultuur, bereikbaarheid en bestuurlijke werkelijkheid heeft. Juist daarom vraagt goede zorg in Caribisch Nederland niet om een kopie van Europees Nederland, maar om werken aan gelijkwaardige zorg met maatwerk per eiland. In mijn inbreng wil ik ingaan op twee gezamenlijke thema's.
Het eerste is preventie. Chronische aandoeningen gerelateerd aan leefstijl, zoals een hoge bloeddruk, diabetes en obesitas, komen veel voor. Een gezonde leefstijl met gezonde voeding kan veel chronische ziekten voorkomen. Juist die gezonde voeding is op de eilanden een uitdaging; dat is ook al door een aantal collega's gezegd. Het is duur en niet altijd beschikbaar. Op de eilanden komt veel voorverpakt voedsel uit Amerika, omdat de import daarop gericht is. Er liggen volgens mij heel veel mogelijkheden om hier iets aan te doen. Daar hebben we ook hele mooie voorbeelden van gezien: op Saba komt een keer per maand de diëtist naar het eiland, op Sint-Eustatius verbouwt een hotel zelf groente en fruit, en op Bonaire draagt het schoolontbijt bij aan de gezondheid van kinderen.
Het opzetten en stimuleren van lokale voedselproductie kwam terug in de gesprekken op Bonaire en Sint-Eustatius. Daar liggen volgens mij ook echt kansen. Het lokaal produceren van groente en fruit maakt het beter beschikbaar en betaalbaar, en verkleint ook de afhankelijkheid van import. In Europees Nederland is op universiteiten en in het bedrijfsleven heel veel kennis beschikbaar op het gebied van landbouw, waterbeheer en zaadveredeling. Hoe mooi zou het zijn als we op die gebieden meer met elkaar zouden kunnen samenwerken? De vraag die ik aan de minister heb, is: welke kansen ziet zij om de lokale voedselproductie nadrukkelijker te verbinden aan de preventieve gezondheidsaanpak op de eilanden, en daarmee ook de samenwerking met het ministerie van LVVN te versterken?
Het tweede punt gaat over het personeel. Op meerdere eilanden wordt gewerkt met een roulatiesysteem, waarbij artsen een paar maanden op het eiland aanwezig zijn. Dat houdt expertise beschikbaar op de eilanden, maar maakt de continuïteit van zorg ook kwetsbaar. Inwoners krijgen regelmatig te maken met nieuwe behandelaars en moeten hun verhaal weer helemaal opnieuw doen. Ook hoorden wij veel zorgen over de beperkingen van de BIG-registratie. Het beeld dat wij tijdens het werkbezoek gekregen hebben over de problemen rondom die BIG-registratie, verschilt echt wezenlijk van het beeld dat de minister schetst in haar brief. Eigenlijk kan ik mijn vinger er niet helemaal achter krijgen waar dat verschil nou door komt. De vraag die ik aan de minister heb, is dus of zij hierover in gesprek kan gaan met de eilandbesturen, zodat er in ieder geval een gedeeld beeld is van die BIG-registratie, dus van wat het betekent in de praktijk en van welke aanpassing er misschien nodig is.
"Personeel" gaat over toekomstig personeel en het behoud van jong talent. Ik was eigenlijk best wel verrast dat vrijwel alle jongeren het eiland afgaan om te studeren in Nederland en de Verenigde Staten, en dat het geen vanzelfsprekendheid is dat ze terugkeren na hun studie. Digitale en hybride vormen van onderwijs kunnen helpen om jongeren op het eiland zelf op te leiden voor het werken in de zorg, zoals de POH-opleiding op Bonaire liet zien. Mijn vraag aan de minister is hoe zij hiernaar kijkt. Liggen er kansen om op die manier het personeel te versterken, zodat het op het eiland blijft?
Als het gaat over het benutten van de huidige digitale mogelijkheden, vragen we ons ook af of er niet veel meer mogelijkheden zijn om digitale zorg aan te bieden. Dat gebeurt hier ook, in Europees Nederland. Daar is ook een enorme ontwikkeling op ingezet. Dat helpt de eilanden bij personeelstekort. Je kunt ook alle expertise op afstand invliegen. Het zorgt vooral ook dat zorg dichtbij geleverd kan worden. Het voorkomt ook onnodig medisch reizen.
Voorzitter. Dan heb ik nog drie vragen over de lokale context. De eerste vraag gaat over het nieuwe ziekenhuis op Sint-Eustatius. De nieuwbouw waarin meerdere zorgpartijen samenkomen, biedt een kans om de zorg op het eiland te versterken. Er is behoefte aan een versnelling in de planvorming. Mijn vraag aan de minister is hoe ver deze al is en of zij dit ook zo ziet.
Het tweede punt gaat over het bsn-nummer. Voor betere gegevensuitwisseling is de invoering van het bsn heel belangrijk. Ook hierbij is mijn vraag: hoe staat het daar nu concreet mee?
Tot slot mijn derde vraag. Op welke manier worden mensen met een beperking betrokken bij de werkagenda die opgesteld wordt in kader van het VN-verdrag? Hoe wordt hierbij omgegaan met de verschillen op de eilanden?
Tot slot, voorzitter. De afgelopen jaren zijn er belangrijke stappen gezet en de brief van de minister laat zien dat er ook nog heel veel wordt opgepakt. Maar ook het lokaal bestuur heeft hier natuurlijk een verantwoordelijkheid in. Wij willen de minister vragen om dit vooral samen met de lokale besturen verder vorm te geven.
Dank u wel.
Uitspraken Eveline Tijmstra, 9 sep