Dank u wel, voorzitter. Vorige week sprak minister Sterk een groep hooggeleerde theologen toe in Utrecht. Haar speech bleef niet helemaal onopgemerkt. De minister pleitte voor een hernieuwde en actieve bijdrage van kerken aan een zorgzame samenleving. Ik zal nu de verleiding weerstaan om met haar de degens te kruisen over de verhouding tussen kerk en Staat, maar de minister heeft absoluut gelijk als zij benadrukt dat kerken niet alleen een geestelijke roeping hebben, maar ook een sociale en diaconale roeping. Als dat ergens zichtbaar wordt in het Koninkrijk der Nederlanden, dan is het wel in het Caribisch deel ervan. Veel sociale initiatieven op de eilanden zijn verbonden aan kerken of hebben christelijke wortels. We zouden dat wel wat meer in de schijnwerpers mogen zetten. Hoe wil de minister de samenwerking tussen de openbare lichamen en de kerken op dit terrein bevorderen?
Ik noem slechts één mooi voorbeeld, de beschermde woonvorm van Fundashon Rosa di Sharon voor tienermeisjes en jonge moeders op Bonaire. Ik begrijp dat deze stichting plannen heeft voor een gezinshuis voor jonge kinderen, waaraan veel behoefte bestaat. Hoe staat het met de realisering hiervan? Hoe draagt VWS hieraan bij?
Voorzitter. Het was bijzonder en leerzaam om in mei met de vaste Kamercommissie VWS een werkbezoek af te leggen aan Bonaire, Saba en Sint-Eustatius. Wat bij mij vooral bleef hangen, zijn de paradoxen, die je niet zomaar oplost. De BES-eilanden zijn een schitterde plek om te wonen en tegelijkertijd heeft de leefstijl van de eilandbewoners allerlei gevolgen voor de volksgezondheid. Overgewicht, obesitas en diabetes komen veel voor en gezond voedsel is schaars en duur. Er is een begrijpelijke roep om meer behandelingen lokaal mogelijk te maken en de kwaliteit van de zorg te verbeteren, het liefst tot op het niveau van Europees Nederland. Maar telkens werd ook, begrijpelijkerwijs, het eigen karakter van de eilanden benadrukt. Wat bedoelt de minister als zij zegt dat zorg op de BES-eilanden gelijkwaardig moet zijn? Het zorgsysteem op de eilanden is kwetsbaar door de beperkte schaal en de eilandenstructuur. Tegelijkertijd leidt die kleinschaligheid tot persoonlijke zorg en grote betrokkenheid van de lokale gemeenschap.
In de recente Kamerbrief van 25 augustus lees ik veel goede voornemens. Ik wil daar nog graag drie dingen over meegeven. Eén: maatwerk. Wat in Europees Nederland werkt, werkt niet altijd op de BES-eilanden. Beleid en regelgeving moeten aansluiten bij de lokale context. Pakt de minister het pleidooi van de Commissie Zorg voor meer ruimte in de regels rond de BIG-registratie voortvarend op? Sluit een programma als Nu Niet Zwanger voldoende aan bij de Caribische context of is ook hierbij maatwerk nodig?
Twee: gezonde leefstijl. De SGP steunt de inzet op middelengebruik, bewegen en gezonde voeding. Maar waarom wordt wat dat laatste betreft vooral ingezet op aanbod via scholen, terwijl structurele verbetering van de betaalbaarheid en beschikbaarheid van gezond voedsel minstens zo belangrijk lijkt? De SGP pleit voor een sterkere betrokkenheid van het ministerie van LVVN. Welke kansen ziet het kabinet voor meer lokale productie en consumptie van groente en fruit? Dat is goed voor de lokale economie en voor de volksgezondheid.
Het derde punt is uitvoeringskracht. De brief benoemt uitvoeringskracht als randvoorwaarde, maar op meerdere plaatsen wordt verwezen naar uitbreiding, versterking, samenwerking en nieuwe programma's. Hoe verhouden de ambities van het kabinet zich tot de beschikbaarheid van zorgprofessionals op de eilanden?
Tot slot wil ik overigens opgemerkt hebben dat tijdens het werkbezoek alleen het SGP-Kamerlid erin slaagde het hoogste punt van Saba te bedwingen.
Dank u wel, voorzitter.
Uitspraken Diederik van Dijk, 9 sep