Commissiedebat · woensdag 1 juli 2026
NAVO-top
Dilan Yeşilgöz-Zegerius
minister van Defensie, viceminister-president
Mijn werk houdt ook in dat ik zelf kan nadenken. Dat doe ik dus hierbij. Ik ben het wel heel erg eens met de heer Van Houwelingen dat het heel goed is dat mensen dit zien, dat mensen zien dat hier een vraag wordt gesteld zonder verder enige onderbouwing waarom dit relevant zou zijn voor deze setting, aangezien het én de NAVO betreft én transparant is. Ik ga daar gewoon niet in mee. Ik ga niet mee in het optuigen van complotten en er daarna met z'n allen verontwaardigd over doen. Als de heer Van Houwelingen dat spijtig vindt, dan zie ik heel graag zijn motie tegemoet.
Dan ben ik bij mevrouw Van der Werf in het nieuwe mapje industrie. Zij vraagt: hoe borgt het kabinet dat extra NAVO-miljarden daadwerkelijk terechtkomen bij Europese productiecapaciteiten? Gaan we daar ook in Ankara concrete afspraken over maken? Het kabinet hanteert bij aanschaf van materieel streefpercentages van minimaal 50% inkoop bij Nederlandse en Europese ondernemers. Als dat hoger kan, dan zullen we dat natuurlijk niet nalaten. Daarmee hopen we ook onze eigen industrie te laten groeien. Daarnaast stellen we trouwens ook als doel om minstens 40% van onze aankopen en productie gezamenlijk met Europese partners te doen. Tegelijkertijd blijft ook de trans-Atlantische industrie van onverminderd belang voor materieel dat vooralsnog niet in Europa verkrijgbaar is. Maar daar hebben we het ook uitvoerig over gehad. Tijdens de Ankaratop worden verschillende samenwerkingsverbanden gesloten om de productiecapaciteit van NAVO-bondgenoten te vergroten. Concrete Nederlandse voorbeelden zijn samenwerkingen binnen het maritiem domein en de aanschaf van voertuigen. Als we wat stappen verder zijn en ook concreet hebben kunnen tekenen, zal ik dat natuurlijk delen. Dat gaat om onze buurlanden. Ik zal zorgen dat we de details bekend zullen maken in het verslag als het daadwerkelijk gelukt is. Maar precies dat streven we ook na.