Dat is mooi. Dan gaan we door naar het volgende blokje, diversiteit. De heer Boon vroeg, en eigenlijk vroeg mevrouw Jagtenberg daar 180 graden haaks op: wat heeft Ketikoti te maken met de gevechtsgereedheid van onze krijgsmacht? Je spreekt Ketikoti overigens niet uit als Kétikoti, maar als kittiekottie, heb ik me laten vertellen. Ik denk dat de belangrijkste eigenschap die onze gevechtskracht vergroot verbondenheid is. Het is niet een wapensysteem. Het gaat, denk ik, niet eens om opleiding. Het gaat erom dat je degene, de man of de vrouw, voor je, naast je, achter je honderd procent kunt vertrouwen. Wat draagt daaraan bij? Dat je elkaar respecteert, en dat je mensen beoordeelt op hun inzet en niet op hun afkomst, niet op hun geslacht of wat dan ook, maar puur op die waarde. Wij weten ook dat diversiteit, dus verschillende mensen met verschillende achtergronden, diverse teams, de krijgsmacht beter maakt. Ik denk dat het heel goed is als een krijgsmacht ruimte geeft voor verschillende geloofsovertuigingen binnen de krijgsmacht. Waarom? Omdat uiteindelijk de mannen en de vrouwen die bij de krijgsmacht dienen als militair, het uiterste zullen geven, hun leven zullen geven, om te staan voor de zaken waar wij voor staan, onder andere de vrijheid van geloof. Ik vind het dus heel goed en heel logisch dat er ook ruimte is voor een iftar, dat er ook ruimte is voor kerst, dat er ook ruimte is voor Ketikoti. Ik vind het zelfs heel erg goed dat we die ruimte hebben. Sterker nog, ik heb toevallig pas geleden het boek "De ongelooflijke geschiedenis" van onder anderen Beatrice de Graaf gelezen. Althans, ik heb het nog niet helemaal uit. Ik wist het zelf ook niet, maar het principe van geloofsvrijheid komt voort uit de christelijke traditie. Ik denk dus dat als we zeggen dat we opkomen voor de christelijk-joodse traditie, we ook voor geloofsvrijheid moeten staan. Dat vind ik eigenlijk fantastisch, dus in die hoedanigheid zou ik zeggen: een iftar moet gewoon kunnen.
Uitspraken Derk Boswijk, 28 sep