Naar de inhoud
Uitspraken Pieter Heerma, 24 sep
Commissiedebat · donderdag 24 september 2026

Integriteit openbaar bestuur

Pieter Heerma minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Dank, voorzitter. Dank ook aan de Kamer voor de inbreng in de eerste termijn, die een best groot aantal onderwerpen aanraakte, maar wel met veruit de meeste aandacht voor één onderwerp. Mevrouw Tseggai was er het meest duidelijk in dat dat het meest springende punt was, zoals zij het noemde. Ik heb daardoor zo direct vijf blokjes, maar die zijn wat ongelijksoortig in grootte, omdat het eerste blokje, lobbyregister, groter is dan de vier andere blokjes bij elkaar. Voorzitter. Het is goed dat we hier vandaag met elkaar van gedachten wisselen over integriteit en weerbaarheid van openbaar bestuur en de samenhang daartussen, die cruciaal is. Ik ben blij te zien dat deze Kamer elke kans die ze krijgt, pakt om het belang te benadrukken van de weerbaarheid en de positie van lokale mensen, die volop in de wind staan; meneer Flach was er heel expliciet over. Ik krijg namelijk elke keer terug dat zij die steun in de rug zien en waarderen en die ook nodig hebben. Het is dus goed dat we dat hier ook doen. Als ik het heb over integriteit, moet ik altijd denken aan de woorden van een van mijn ambtsvoorgangers. Ik zal kijken of de Kamerleden kunnen invullen wie dat is geweest. Die zei: het goede doen, ook als niemand kijkt. Mevrouw Tseggai had het over "een beetje integer bestaat niet", maar integriteit gaat over het goede doen, ook als niemand kijkt. Weerbaarheid beschermt het handelen tegen oneigenlijke druk en beïnvloeding. Beide zijn essentieel voor een functionerende democratie. Burgers moeten erop kunnen vertrouwen dat volksvertegenwoordigers en bestuurders het algemeen belang dienen, zonder externe druk, maar wel met een open houding naar burgers en bedrijven. Dat is deel van de balans waar de verschillende sprekers in de Kamer het ook over hadden. Ik zal straks uw vragen beantwoorden in vijf blokjes, te beginnen met het lobbyregister, het grootste blok, dan iets in algemene zin over de integriteit van politieke ambtsdragers, met daarbij een stuk landelijk en een stuk decentraal, dan iets rond rijksambtenaren, dan weerbaar bestuur en dan eindig ik met een heel kort blokje varia. Eerst wil ik kort stilstaan bij de stappen die de afgelopen periode zijn gezet. Zo is de Gedragscode integriteit bewindspersonen tot stand gekomen. Mevrouw Sorgdrager en de heer De Hoop Scheffer hebben zich beschikbaar gesteld als vertrouwensfunctionarissen voor leden van het kabinet. Het kader voor het omgaan met zakelijke en financiële belangen door bewindspersonen is tegen het licht gehouden en opnieuw vastgesteld. Er ligt een voorstel tot herziening van de Grondwet met betrekking tot het vervolgen van ambtsdelicten binnen uw Kamer, binnen het parlement. Er wordt gewerkt aan het transparanter maken van besluitvorming, onder andere door de voorbereidingen die we nu treffen voor het lobbyregister, waar ik zo direct in mijn eerste blok uitgebreid op in zal gaan. Ook wil ik de recente inwerkingtreding van de Wet regels integriteit en vervolgfuncties bewindspersonen noemen. Deze is lang bepleit door uw Kamer en ook aangekaart door de Europese Commissie en GRECO. De wet regelt een afkoelperiode van twee jaar met een lobbyverbod, een draaideurverbod en de verplichting om onafhankelijk advies te vragen bij beoogde vervolgfuncties. Ook voor politieke assistenten, andere rijksambtenaren en decentraal bestuur zijn er regels ontwikkeld om integer hun werk te doen, waaronder het wetsvoorstel voor verplichte risicoanalyse bij bestuursbenoemingen. Tot slot ligt er een brief over veilige woningen voor decentrale bestuurders. Ik kan me vinden in hun wens om de regeling te verbeteren. Daar kom ik in het vierde blokje op terug. Kortom, er is veel in gang gezet, maar dat is zeker geen reden om achterover te leunen. Integriteit en weerbaarheid van het openbaar bestuur moeten doorlopend onderwerp van gesprek blijven. Dat brengt mij bij het eerste blokje, het lobbyregister. De afgelopen jaren is de transparantie van de democratische besluitvorming vergroot, onder meer via openbare agenda's, beslisnota's en betere lobbyparagrafen. Het lobbyregister is daarin een volgende stap. Tegelijkertijd is een register geen wondermiddel; daar hebben verschillende sprekers in uw Kamer ook aan gerefereerd. Het maakt niet alle contacten zichtbaar en het is ook geen instrument tegen corruptie. Het is een onderdeel van een breder pakket aan maatregelen die samen bijdragen aan meer inzicht in besluitvorming. Daarom ontwikkel ik dit lobbyregister met een bredere groep belanghebbenden uit de samenleving en betrek ik hun verschillende perspectieven vanaf het begin bij dit traject. Betrokkenheid van deze stakeholders bij de vormgeving is ook expliciet geadviseerd door professor Braun, die betrokken was bij de advisering richting eerdere kabinetten. Dat betreft dus iets anders dan waar mevrouw Tseggai naar vroeg, namelijk wat er in het verleden al gedaan is, hoewel het er wel mee samenhangt. Daar kom ik zo in de beantwoording op terug. Ik heb uw Kamer recentelijk een brief gestuurd waarin ik een aantal vraagstukken rond de vormgeving van een lobbyregister heb opgeworpen. Verschillende van de deelnemers aan dit debat hebben daar ook hun reflectie op gegeven. Dat was ook het motief om deze brief te sturen, want in de brief van voor de zomer, waar mevrouw Tseggai aan refereerde, heb ik al geschetst dat ik eind van dit jaar met daadwerkelijke stappen kom. Het debat dat toen zou zijn, is uitgesteld. Ik heb dus gedacht: ik kan wel zonder brief dit debat ingaan, omdat de aangekondigde stappen er nog niet zijn, want die komen aan het einde van het jaar, maar ik vind het wel netjes om iets van die dilemma's hier neer te leggen, zodat de Kamer daar ook op kan reflecteren. Ik dank de Kamerleden die dat gedaan hebben. Ik zal mijn best doen om zonder al een keuze te hebben gemaakt — die ga ik ook in dit debat niet maken — iets te doen om bijvoorbeeld de volgende vraag te beantwoorden. Verschillende leden vroegen: wat zijn ervaringen in andere landen? De CDA-fractie zei: er wordt altijd over het Ierse model gesproken; er zijn ook ervaringen in andere landen. Ik ga proberen iets daarvan terug te geven zonder dat ik daarmee probeer aan te geven wat de keuze is die we gaan maken, want daarvoor gaan we het traject met de stakeholders volgen, dat ook door professor Braun is aangeraden. Tegelijkertijd is het wel goed om in het gesprek dat we hier met elkaar hebben te schetsen dat verschillende landen daarin dus ook verschillende keuzes gemaakt hebben, die soms terug te voeren zijn op het feit dat ze onderling staatsrechtelijk anders zijn, maar ook anders dan Nederland. Ik ben voornemens u later dit jaar nader te informeren over hoe het kabinet een lobbyregister wil invoeren dat uitvoerbaar en werkbaar is voor zowel overheid als lobbyisten. Dat zijn ook de zinnen zoals ze in het coalitieakkoord zijn afgesproken: er komt een lobbyregister, maar wel onder deze voorwaarden. Het onderwerp van het lobbyregister heeft in uw Kamer een lange voorgeschiedenis. Daar werd volgens mij door mevrouw Huizenga expliciet naar verwezen. Uw Kamer heeft de afgelopen jaren herhaaldelijk bij motie gevraagd om een lobbyregister naar Iers model in te richten. Voor het eerst is er nu dus een regeerakkoord waarin de totstandkoming van een lobbyregister daadwerkelijk is opgenomen. Dat moet wel uitvoerbaar en werkbaar zijn, zoals ik net zei. Daarbij wil het kabinet zich niet alleen laten inspireren door het Ierse model, maar ook door ervaringen in andere landen. Dat heeft bijvoorbeeld te maken met de staatsrechtelijke positie van ambtenaren, die in ons land verschilt ten opzichte van bijvoorbeeld Ierland. Landen als het Verenigd Koninkrijk, Duitsland en Finland hebben ook lobbyregisters waar wij naar willen kijken. Sommige landen hanteren een brede definitie van "lobby" en andere hebben een smallere scope. Sommige landen vergen informatie over de financiële situatie van lobbyisten, andere landen vragen daar niet om. De balans tussen het bieden van transparantie enerzijds en uitvoerbaarheid en werkbaarheid anderzijds is essentieel. Die zullen we dus ook in het traject met de stakeholders in het oog houden. CDA, SGP en VVD waren, denk ik, het meest expliciet in hun vragen over hoe ik het lobbyregister zo ga inrichten dat het ook uitvoerbaar blijft, dat bureaucratie en ongelijke toegang worden voorkomen en dat burgers en ondernemers niet onterecht als professionele lobbyisten worden behandeld. Ik deel met u dat de uitvoerbaarheid van het register randvoorwaardelijk is. Het lobbyregister mag geen onnodige drempels opwerpen om contact te zoeken met beleidsmakers. De administratieve lasten moeten proportioneel zijn. Daarom ga ik dit lobbyregister ontwikkelen met een brede groep belanghebbenden uit de samenleving en ga ik hun verschillende perspectieven vanaf het begin bij dit traject betrekken. Zo komt dit kabinet niet alleen met een effectief maar ook met een gedragen en werkbaar register zowel voor de overheid als voor belanghebbenden. De D66-fractie had in dit kader een vraag en verwees ook naar de Open State Foundation. Die heeft de demoversie, waar mevrouw Huizenga aan refereerde, ontwikkeld en aan mijn ambtsvoorganger gepresenteerd. Ik en mijn ambtenaren zijn er dus mee bekend. Ik ben het met D66 eens dat het verstandig is om nu in te zetten op een register dat zijn doel bereikt en makkelijk te gebruiken is. Dat was volgens mij letterlijk zoals mevrouw Huizenga het zei. Om dat te kunnen doen is een wettelijke grondslag vereist. Voor de landen met een lobbyregister waar wij al naar gekeken hebben, geldt volgens mij dat ze allemaal een wettelijke grondslag hebben. Een lobbyregister moet de juiste balans vinden tussen het vergroten van transparantie en het beperkt houden van administratieve lasten, regeldruk en onnodige drempels om contact te zoeken. Het CDA vroeg specifiek naar het Ierse model, waar ook de motie-Dassen/Van Waveren naar verwijst, en vroeg of dit model praktisch en werkbaar is. Het Ierse register is een van de buitenlandse voorbeelden waar wij als Nederland lessen en inspiratie uit kunnen halen. Maar zoals gezegd is een bestaand model niet een-op-een over te nemen in de Nederlandse context, omdat deze lobbyregisters in andere politieke en juridische situaties tot stand gekomen zijn. De komende tijd ga ik zorgvuldig afwegen welke elementen van lobbyregisters uit landen om ons heen ook werkbaar zijn in de Nederlandse context. In mijn brief van dit najaar zal ik u hier verder over informeren. Wat bijvoorbeeld tussen verschillende landen speelt, is het volgende. Een land als Engeland beperkt het tot alleen bewindslieden, en Ierland heeft ook een lobbyregister voor parlementariërs. Ik heb de Kamer daar niets over horen zeggen, maar dat een kabinet regels maakt over hoe het parlement dingen doet, gebeurt in de Nederlandse context heel weinig. De Kamer maakt vaak zelf de regels voor zichzelf. Als je een lobbyregister naar Iers model wilt, zoals in de oorspronkelijke motie staat, krijg je dus ook de vraag: gaat het kabinet dan ook een lobbyregister vormgeven waar Kamerleden in staan? Het Ierse model gaat overigens nog verder. In het Ierse model zijn ook wethouders en gemeenteambtenaren onderdeel van het lobbyregister. Dit soort vragen, dus of dat proportioneel en uitvoerbaar is, ontstaat uit de oorspronkelijke vraag om het te doen naar Iers model. Daar maken andere landen dus ook andere keuzes in. Wij staan er in het gesprek met de stakeholders voor om daar goede, afgewogen keuzes in te maken.

In hetzelfde debat

16 andere bijdragen
André Flach SGPVoorzitter, dank u wel. Doodsbedreigingen in je mailbox, intimiderende gebaren op straat, eieren tegen je ramen: dat soort ervaringen gaat je niet in de koude kleren zitten. Het kruipt onder je huid en het blijft door je… Luciënne Boelsma-Hoekstra CDADank u wel, voorzitter. Voorafgaand aan dit debat heb ik enigszins geworsteld met mijn inbreng. Dat komt door het volgende. Eigenlijk vinden we hier allemaal dat integer bestuur belangrijk is. Maar volgens mij — dit heb … Luciënne Boelsma-Hoekstra CDAIk denk dat dit een terechte vraag is. Ik denk dat we hier wel een middag over kunnen spreken. Ik denk dat we hier allemaal inzien dat lobbyen gebeurt. Het hoort erbij. In mijn laatste voorbeeld noemde ik net het geval d… Luciënne Boelsma-Hoekstra CDAExcuses, voorzitter, maar we hebben vandaag even de tijd. Ik denk dat wij het op zich wel eens zijn. Ik denk ook dat het 'm in die werkbaarheid zit. Het gaat er in alles om dat je de excessen waar wij over spreken, of he… Luciënne Boelsma-Hoekstra CDADank u wel. Volgens mij hebben we een prima debat gevoerd. Wij hebben ingebracht dat het lobbyregister praktisch en uitvoerbaar moet zijn. We hebben heel veel dingen gewisseld. Ik ben blij dat de minister aangeeft dat hi… Mikal Tseggai PRODank u wel, voorzitter. Voorzitter, ik vervang vandaag mijn collega Mohandis, die het woord voert bij een ander debat in dit huis. Maar ik doe het niet topfit, want ik ben een beetje verkouden. Dus excuses voor mijn stem… Mikal Tseggai PROJa, ik was bij mijn laatste zin en die luidt: Zouden de financiële belangen van bewindspersonen ook periodiek openbaar gemaakt kunnen worden? Ik zie uit naar de beantwoording.… Mikal Tseggai PROVoorzitter, dank. Ik kan me aansluiten bij de woorden van mevrouw Huizenga, die het ook over onze eigen opdracht op dit onderwerp heeft. Ik dank de minister voor zijn beantwoording en ik wil toch graag een tweeminutendeb… Pieter Heerma minister van Binnenlandse Zaken en KoninkrijksrelatiesIk denk dat de heer Flach raakt aan de dilemma's die spelen. Ik zal er eerlijk over zijn, en dat ben in het begin van mijn termijn ook al geweest: ik ga daar niet nu in dit debat al een keuze in maken. Dit zijn wel de di… Pieter Heerma minister van Binnenlandse Zaken en KoninkrijksrelatiesIk heb een tweeledig antwoord. Ja, ik kom er nog op, en of mevrouw Tseggai dat dan voldoende antwoord vindt, laat ik aan haar. Hoe het register er in de praktijk uit komt te zien en wat de exacte reikwijdte wordt, staat … Pieter Heerma minister van Binnenlandse Zaken en KoninkrijksrelatiesAls je vertrouwen als uitgangspunt neemt en je daar historisch naar kijkt, zie je dat er heel veel factoren zijn waardoor vertrouwen door de tijd heen soms hoger en soms lager ligt. Alleen al de stand van de conjunctuur … Pieter Heerma minister van Binnenlandse Zaken en KoninkrijksrelatiesIn een deel van het debat van de Kamer werd zelfs het risico benoemd dat het ertoe zou leiden dat mensen zich minder transparant opstellen. Ik denk dat dat niet het geval is. Volgens mij zal het bewustzijn groeien, maar … Pieter Heerma minister van Binnenlandse Zaken en KoninkrijksrelatiesDan zou ik beginnen met me op mijn woord te geloven. Ik zit hier niet om iets te traineren. Ik hoor dat u dat beaamt. Helder. Dat vind ik belangrijk. Er ligt een opdracht die tweeledig is. Er moet gewerkt worden aan een … Pieter Heerma minister van Binnenlandse Zaken en KoninkrijksrelatiesDan ga ik nu een heel lang antwoord geven! Oké. Voor het einde van dit jaar ligt er dus een contour, een tijdpad, en daar kunnen we dan met elkaar over praten. Er kwam ook de vraag: wanneer ligt het dan bij de Kamer? Daa… Pieter Heerma minister van Binnenlandse Zaken en KoninkrijksrelatiesIk heb in het eerste halfjaar dat ik minister ben al een aantal keren een streefdatum moeten bijstellen omdat die te ambitieus was vastgesteld. Wetgevingstrajecten duren snel twee jaar. Ik zou dus het verzoek willen doen… Pieter Heerma minister van Binnenlandse Zaken en KoninkrijksrelatiesHet mooie aan dit debat is dat in de inbrengen van de verschillende fracties de verschillende kanten, zowel de kansen als de risico's, van het wetsvoorstel worden benadrukt. Ik sluit niet uit dat als we straks met de sta…