Voorzitter, dank u wel. Doodsbedreigingen in je mailbox, intimiderende gebaren op straat, eieren tegen je ramen: dat soort ervaringen gaat je niet in de koude kleren zitten. Het kruipt onder je huid en het blijft door je hoofd spoken. Allereerst raakt dit natuurlijk de veiligheid van bestuurders en politici, soms zelfs heel concreet de lichamelijke integriteit. Het is daarom belangrijk dat er steeds meer aandacht wordt gegeven aan bescherming tegen dreigingen. Behalve de veiligheid kan echter ook de politieke of bestuurlijke integriteit in het geding raken. Durf je nog alles te zeggen of te doen wat je normaal gesproken zou doen? Mijn indruk is dat dit probleem eigenlijk veel minder aandacht krijgt in het beleid, maar ziet de minister dit ook als een dieperliggend probleem van spanning, een spanning die we steeds vaker zien ontladen richting het openbaar bestuur?
Voorzitter. Deze week werden we door onze veiligheidsdiensten gewaarschuwd voor bewuste normalisering van kwalijke praktijken door rechts-extremisten. Het geflirt met haat, geweld en zuiver racisme of listig antisemitisme baart de SGP zorgen. De oproep om alert te zijn op normalisering van zulke invloeden verdient onze volle aandacht.
Tegelijk moeten we daarbij alert zijn op onwenselijke gevolgen voor bestuur en politiek. Sommige woorden en opvattingen kunnen namelijk te makkelijk besmet worden verklaard. Het gevolg is dat politici zich minder vrij voelen om zich uit te spreken, om te voorkomen dat zij in de verdachte hoek terechtkomen. Ik noem een voorbeeld. Tot in het recente verleden was het begrip "remigratie" voluit in gebruik in mainstream beleid en politiek. We hebben zelfs nog een Remigratiewet. Tot 1 januari 2025 kon je gewoon een uitkering aanvragen voor terugkeer naar het land van herkomst. Er is dus geen enkele reden om dit woord ineens te mijden. Toch wordt het woord "remigratie" door de veiligheidsdienst als problematisch voorbeeld benoemd. Mijn vraag aan de minister is als volgt. Hoe voorkomen we dat door begrijpelijke zorgen ongemerkt en geleidelijk ook het inhoudelijke debat op onwenselijke wijze wordt gekneveld? Hoe wordt in het bestrijden van foute normalisering recht gedaan aan het belang van nuanceverschillen? Die zijn juist in een democratie essentieel.
Voorzitter. Het kabinet is van plan om een wettelijk geregeld lobbyregister in te voeren. Het idee klinkt natuurlijk prachtig. De burger krijgt in beeld wat er achter de schermen gebeurt: eindelijk politiek zonder geheimen! Toch schetst het kabinet vooral veel mitsen en maren. Het moet praktisch en werkbaar blijven, maar het is allemaal best complex. Daarbij komt een ander belangrijk perspectief. Politiek kan niet zonder beslotenheid. Politiek zonder beslotenheid is niet alleen verschrikkelijk slaapverwekkend, maar eigenlijk ook ondenkbaar. Na lezing van de stukken dringt zich de vraag op of we hier echt mee moeten doorgaan. Creëren we door vormen van gestold wantrouwen niet vooral schijntransparantie, waarbij de politiek zich juist door een register nog kronkeliger gaat gedragen? De momenten van beslissende invloed krijg je namelijk nooit in een register. Het register wordt een keurig aangeharkt tuintje zonder onkruid. Een lobbyregister is misschien wel de illusie gekroond. Wat is precies de beoogde winst? Weegt die op tegen de rompslomp? Zijn ervaringen uit het buitenland zo positief dat Nederland dit ook moet willen?
Voorzitter. Het kabinet is de afgelopen jaren druk geweest met reageren op de zogenaamde GRECO-adviezen over de bestrijding van corruptie. Het betreft een groep staten die samenwerkt binnen de Raad van Europa. We zitten inmiddels in de vijfde cyclus. Adviezen zijn natuurlijk nuchter, maar het kan vervelend worden als buitenstaanders maar blijven doorzeuren, zonder begrip te tonen voor een nationale constitutionele traditie en orde. GRECO blijft maar terugkomen op wensen waartegen het kabinet terecht staatsrechtelijke bezwaren aanvoert. Denk bijvoorbeeld aan het organiseren van onafhankelijk, extern toezicht op bewindspersonen, terwijl die rol thuishoort bij het parlement. Hoe zorgen we ervoor dat dit soort clubs in hun hok blijven, dat ze de nationale constitutionele orde respecteren en dat zulke dossiers ook een keer volwassen afgesloten kunnen worden? Als in de rapportage blijft staan dat Nederland niet voldoet, blijft soms ten onrechte de sfeer hangen dat Nederland niet deugt. Stelt het kabinet dit ook aan de orde in de Raad van Europa?
Tot zover.
Uitspraken André Flach, 24 sep