Voorzitter, dank u wel. Het is oorlog op ons continent en de veiligheidssituatie in de wereld wordt alleen maar slechter. Dat betekent dat Defensie moet groeien. Daar staan we achter. We staan erachter dat Defensie moet groeien naar 122.000 mensen. Er zijn daardoor 10.000 vacatures. Maar uiteindelijk is het personeel natuurlijk wel de ruggengraat van Defensie. Het personeel is het belangrijkste dat we hebben. Het is daarom goed dat we dit debat hebben, dat er een nieuw arbeidsvoorwaardenakkoord is en dat er samengewerkt wordt met de bonden.
Ik stap over naar de onderwerpen op de agenda om te beginnen naar de selectieve opkomstplicht. Daarvoor ligt nu een voorstel voor. Wij zijn ertegen om in vredestijd verplichtingen op te leggen aan jongeren. Er wordt verder duidelijk aangegeven dat er op basis van vrijwilligheid voldoende vulling plaatsvindt. Dus wij vinden het onverstandig om met deze wet door te gaan. We zetten er echt grote vraagtekens bij.
Er wordt nu een escalatieladder opgesteld, maar die gaat wel steeds meer verplichtingen opleggen aan jongeren, en trouwens ook sancties. Maar de criteria voor escalatie naar een nieuwe trede op de ladder ontbreken en dat leidt tot onzekerheid en onrust bij jongeren. PRO vraagt zich daarom echt af of er duidelijke criteria voor escalatie komen, zodat jongeren weten waar ze aan toe zijn en zodat dé Kamer weet waar ze aan toe is wanneer er een stap gezet wordt. Komt dat terug tijdens de wetsbehandeling? Hetzelfde geldt voor de sancties.
Het blijft onduidelijk wanneer we op gaan schalen. Er wordt gezegd "als de veiligheidssituatie daarom vraagt", "als de personele behoefte daarom vraagt", maar wat betekent dat nou precies? Wat betekent "indien de personele behoefte dit vraagt" of "als de uitbreiding van het operationele takenpakket daarom vraagt"? Hoe ziet de regering dit voor zich? Kan de regering een reflectie geven: welke groep jongeren zou dit betreffen als we vooruitkijken? Gaat het om jongeren die bezig zijn met ICT of techniek? Komen daar de knelpunten? Waar hebben we het nou eigenlijk over? Naar welke jongeren zal een vraag zijn bij de selectieve dienstplicht?
Wij maken ons zorgen over het weerbaarheidsprogramma, het jongerentrainingsprogramma. Volgens mij zei mevrouw Dobbe het al: €2.300 verdienen op het moment dat je een minor volgt op het gebied van defensie. We willen toch dat mensen bij Defensie gaan werken die de intrinsieke motivatie hebben om bij Defensie te gaan werken? We willen toch dat ze dat vrijwillig doen? Nu zijn er financiële prikkels. Hoe kijkt de regering daarnaar? Wat betekent dit voor de mensen die uiteindelijk gaan instromen bij Defensie?
Wij horen via allerlei organisaties — UNICEF heeft er laatst ook onderzoek naar gedaan — dat heel veel jongeren in Nederland onrustig zijn, bang zijn. Dat komt door de communicatie over defensie en de situatie in de wereld. Er worden nu twee keer enquêtes meegestuurd met de "17 jaar-brief", om het zo maar te zeggen. Jongeren worden daar angstig door, weten niet precies wat ze daarmee aan moeten. Er gaan op social media allerlei spookverhalen rond. Daar halen jongeren hun nieuws vandaan. Kan de regering hier geen stap zetten? Kan de regering nadenken over een socialmediacampagne door Defensie, gericht op jongeren om uit te leggen hoe het echt zit met de situatie in de wereld en wat Defensie wil? Ik denk dat Nederlandse jongeren daar behoefte aan hebben en dat dit bewustwording kweekt in plaats van angst zaait. Dat laatste willen we immers volgens mij niet, in tegenstelling tot bewustwording.
Dan het volgende punt, de personele samenstelling. Wij zitten naar die cijfers te kijken en zien dat Defensie achterloopt bij het werven van beroepsmilitairen. Volgens de Stand van Defensie zouden er in 2026 49.000 beroepsmilitairen moeten zijn, maar tot mei waren er 46.371 in dienst. Dat is een behoorlijk tekort. Er is wel groei, maar er is een tekort. Vanaf dit jaar zetten we ook de Dienjaarmilitairen in. Dat is ook een gedeelte daarvan. Hoe groot is de groep Dienjaarmilitairen? Hoe reflecteert Defensie hierop? We horen dat er niet te weinig interesse is. Jongeren willen dus bij Defensie werken. Het opschalen gaat echter niet snel genoeg doordat de opleidingscapaciteit onvoldoende is of doordat jongeren weer uitstromen. Bij de rondetafels begrepen we van de vakbonden dat soldaten die willen beginnen heel lang moeten wachten voordat ze daadwerkelijk aan de slag kunnen. Herkent de staatssecretaris dit beeld? Wat wordt eraan gedaan om dit te versnellen, zodat jongeren niet hoeven te wachten totdat ze daadwerkelijk in dienst kunnen? Dat is immers gewoon slecht voor het moraal en volgens mij willen wij dat allemaal niet.
Dan nog een punt van zorg. Bij beroepsmilitairen loopt de groei achter, maar bij burgerpersoneel zien we juist een enorme groei. Het is toch wel spannend wat er vervolgens gaat gebeuren. Gaat burgerpersoneel militaire taken op zich nemen? Daar zijn vragen over gesteld en het antwoord van de regering is dat burgers worden ingezet om militaire arbeidsplaatsen op te vullen die tijdelijk niet met militair personeel kunnen worden gevuld om zo de continuïteit van de bedrijfsvoering en ondersteuning van de groei van de krijgsmacht te borgen. Maar tegelijkertijd wordt daarbij "terughoudend omgegaan met de structurele vulling van militaire functies door burgers". Wat is het nou? Worden er daadwerkelijk militaire functies door burgers ingevuld? Hoe willen we daarmee omgaan? Gebeurt dit? Wat betekent dit voor hun positie, zeker in het geval we terechtkomen in een situatie van oorlogsdreiging? Volgens mij is het zorgelijk als we militaire functies door burgerpersoneel laten uitvoeren.
Dan sociale veiligheid. PRO bereiken nog vaak genoeg verhalen dat er sprake is van racisme, discriminatie en seksisme binnen de krijgsmacht. Defensie zegt in te zetten op diversiteit, op inclusiviteit en dergelijke. Dat is goed. Helaas horen we ook dat er bij misstanden toch vaak wordt weggekeken. Er wordt wel bewustwording gekweekt bij de medewerkers en er zijn hulpmiddelen en interne campagnes om het gesprek te voeren, maar we denken dat er ook consequenties nodig zijn. Er moeten sancties zijn als er sprake is van sociale uitsluiting, discriminatie of racisme. We denken dat het belangrijk is dat slachtoffers en melders beter beschermd worden en dat er harder opgetreden dient te worden. Hoe kijkt de staatssecretaris aan tegen een zerotolerancebeleid binnen Defensie om dit echt te gaan bestrijden? Dan wordt er op het moment dat er iets gebeurt, daadwerkelijk een sanctie toegepast in plaats van dat er weer een bewustwordingsgesprek wordt gevoerd.
In dit verband kijken we ook naar het Plan van aanpak sociale veiligheid binnen Defensie. Als wij dat zien, denken wij: de laatste versie is uit 2021. Dat is alweer vijf jaar geleden, na het jullie bekende rapport-Giebels. Onze vraag is wat nu de tussenstand is van het Plan van aanpak sociale veiligheid binnen Defensie, ook gelet op het feit dat er meer vrouwen de krijgsmacht in zouden moeten stromen. Wanneer komt er een nieuwe aanpak voor sociale veiligheid en hoe staat het hiermee?
Dan de rechtspositie van de reservisten. Daar zijn we voor. We hebben een mooie brief gekregen, mede namens de minister van Werk en Participatie. Dat was een heel lange brief met heel veel gesignaleerde knelpunten en problemen. Uiteindelijk gaan we er een aantal jaren over doen om die rechtspositie goed neer te zetten, op een structurele manier. Daar zijn wij voor; het is onhandig als er individuele afspraken met bedrijven moeten zijn of als meerdere wetten tegen elkaar in werken. Maar toch, tja ... Kunnen we bijvoorbeeld het punt over verlof voor reservisten niet eerder regelen dan in een heel wetstraject dat de komende drie jaar loopt? Vandaar de vraag: is dat geen punt dat echt veel sneller zou kunnen? Hoe kijkt de staatssecretaris aan tegen de verschillen die nu tussen cao's ontstaan?
Het punt van mevrouw Jagtenberg over de reservisten steunen wij. Dat gaat om de vraag hoe het kan dat er reservisten zijn die twee, drie, vier maanden zitten te wachten op uitbetaling. Dat kan natuurlijk niet op het moment dat we meer reservisten in het leger zouden willen, dus ik hoop echt dat hier snel een oplossing voor komt. Ik ben benieuwd hoe het daarmee staat.
Mijn volgende punt gaat over personeelsbeleid, over de trackingapps, want dat is toch wel een issue. We hebben de Polarstepsaffaire gehad, we hebben de Strava-affaire gehad, en alles wat daarvoor is gebeurd. Wij vragen ons toch het volgende af. Er wordt aan een whitelist gewerkt om voor zakelijke telefoons aan te geven: dit mag je wel hebben en de rest dus niet. Maar zit het probleem niet ook bij de privételefoon? Er zijn ook mensen die zeggen: misschien zou je restricties moeten hebben voor privételefoons op kazernes of op missie. Ik ben benieuwd hoe de staatssecretaris daarnaar kijkt. Moeten we iets gaan doen met de privételefoons van militairen om het veiliger te maken voor het personeel?
Ik sluit af. Eind vorig jaar is de motie-Piri c.s. aangenomen om Afghaanse bewakers, inclusief hun directe gezinnen, veilig over te brengen naar Nederland. We zijn nu een jaar verder en de motie is nog steeds niet uitgevoerd. Wij denken dat die motie gewoon uitgevoerd moet worden; het is een morele discussie of je de Afghaanse beveiligers, die veel voor Nederland hebben gedaan, terug naar Nederland laat komen en niet zozeer een juridische discussie. Daarop graag de reactie van de staatssecretaris.
Dank u wel.
Uitspraken Wimar Bolhuis, 28 sep