Politieke assistenten zijn op dit moment al rijksambtenaren en zij vallen daardoor onder de Ambtenarenwet en onder de Gedragscode Integriteit Rijk. Ik vraag me daarom af waarom er aanvullende specifieke integriteitsregels voor deze groep noodzakelijk zouden zijn. Daarbij komt dat het voorstel ertoe kan leiden dat politieke assistenten op verschillende ministeries verschillend worden behandeld. Als ieder ministerie zelf kan bepalen of aanvullende regels nodig zijn, ontstaat er mogelijk een verschil in behandeling. Kan de minister toelichten waarom dat verschil gerechtvaardigd zou zijn? Ziet hij ook het risico dat hierdoor juist onduidelijkheid ontstaat over welke regels voor welke politieke assistenten gaan gelden?
Tot slot de veiligheid van decentrale politieke ambtsdragers. Een veilige werk- en privéomgeving is wat de VVD betreft een belangrijke randvoorwaarde om het politieke ambt goed te kunnen uitoefenen. De lokale driehoek kan natuurlijk al maatregelen nemen wanneer de veiligheid van politieke ambtsdragers in het geding is. Tegelijkertijd lijkt de mate waarin hiervan in de praktijk gebruik wordt gemaakt per gemeente behoorlijk te verschillen. Kan de minister aangeven of hij dit herkent en of hier meer uniformiteit wenselijk is?
Op dit moment kunnen decentrale bestuurders onder voorwaarden aanspraak maken op beveiligingsmaatregelen aan hun woning, maar dat geldt niet voor decentrale volksvertegenwoordigers. Ook zij kunnen echter te maken krijgen, en dat krijgen ze ook, met bedreiging en intimidatie. De huidige regeling wordt dit jaar geëvalueerd, maar kan de minister wellicht aangeven wat de stand van zaken is bij die evaluatie? Wordt daarbij ook gekeken naar de positie van decentrale volksvertegenwoordigers?
Dank u wel, voorzitter.
Uitspraken Wim Meulenkamp, 24 sep