Ten eerste heb je een koe nodig voor de mest; als je überhaupt iets wil laten groeien, zal er toch mest moeten zijn. Je kunt ook niet zomaar op elke bodemsoort … We hebben in Nederland heel veel bodemsoorten: zand, lus, veen, klei. Je kunt niet zomaar ergens groenten telen. Dat is gewoon niet mogelijk. Wij hebben veel grasland; wij wonen in een vruchtbare delta. Vanwege dat grasland zijn wij uiteindelijk koeien gaan houden. Die koeien zetten het gras om in een heel hoogwaardig voedselproduct, dat zuivel heet. Daar kunnen we van alles van maken: boter, kaas en noem het maar op. Die koe levert ook mest op. Dat is goed voor de gewassen. Zo kan ook het gras weer groeien. Sommige mensen vinden het niet leuk dat dieren worden geslacht, maar als bijvoorbeeld een koe uiteindelijk geslacht is, kunnen heel veel andere producten van die koe ook weer gebruikt worden voor andere zaken. Als er dus iets een kringloop is in Nederland, dan is het wel de Nederlandse veehouderij.
Nogmaals, ik heb het in mijn bijdrage niet alleen over vlees gehad. Ik heb alleen geconstateerd dat je wereldwijd ziet dat daar waar de welvaart stijgt, de consumptie van dierlijke eiwitten toeneemt. Ik heb het bijvoorbeeld ook over de pootgoedsector gehad.
Uitspraken Caroline van der Plas, 23 sep