Dank u wel, voorzitter. Voedselzekerheid klinkt misschien als een beleidsterm, totdat het eten er niet is, totdat door misoogsten in Marokko en Spanje groenten ineens niet of nauwelijks onze kant op komen, totdat de Nederlandse regelgeving ervoor zorgt dat de productie van voedsel hier niet of minder mogelijk is, totdat andere landen besluiten hun voedselproducten voor zichzelf te houden, zoals we hebben gezien tijdens de covidperiode. Ondertussen groeit de wereldbevolking naar 10 miljard mensen. We weten ook: waar de welvaart groeit, stijgt de vraag naar voedsel, en met name naar dierlijke eiwitten, zoals vlees en zuivel. De voedselorganisatie FAO van de Verenigde Naties verwacht dat de wereldwijde consumptie van dierlijke producten de komende tien jaar verder toeneemt, vooral in Azië, Afrika en Zuid-Amerika, waar de bevolking ook het hardst groeit.
Dan kijkt de BBB-fractie naar Nederland. Wij hebben vruchtbare grond. Wij hebben goed grasland, waarop je niet zomaar even broodgraan of groente kunt telen, maar waar koeien gras kunnen omzetten in hoogwaardig voedsel. We hebben de kennis, de techniek, de veredeling, de logistiek en een voedselverwerkende industrie waar de rest van de wereld met jaloezie en bewondering naar kijkt. We hebben een pootgoedsector waar de hele wereld alleen maar van kan dromen: 800 miljoen mensen in deze wereld kunnen aardappelen eten, omdat er in Nederland pootaardappelen geteeld worden waarmee mensen over de hele wereld hun eigen aardappelen kunnen verbouwen. Waarom zouden we die kracht kleiner maken, terwijl de wereld juist meer voedsel nodig heeft, vraag ik de staatssecretaris. Welke verantwoordelijkheid ziet de staatssecretaris voor Nederland bij die groeiende wereldwijde voedselvraag? Hoe zorgt hij ervoor dat beleid vanuit Den Haag de productiecapaciteit ondertussen niet afbreekt?
De pluimveesector waarschuwt er bijvoorbeeld voor dat de Nederlandse productie fors kan dalen. Het kabinet erkent zelf dat nationale maatregelen gevolgen kunnen hebben voor de productie en de zelfvoorzieningsgraad. Nederland produceert op dit moment maar net genoeg kip om aan de Nederlandse vraag te voldoen. Die vraag blijft groeien, terwijl de Nederlandse productie door alle regels afneemt. Richting 2040 groeit de consumptie met 15,5%. Daardoor ontstaat er een ongekend probleem. We produceren niet eens meer genoeg om aan de Nederlandse vraag te voldoen. Nederland zal uiteindelijk meer pluimveevlees moeten importeren uit landen waar lagere eisen gelden voor dierenwelzijn en duurzaamheid. Het kan toch niet de bedoeling zijn dat we hier de kippenstallen leeghalen en vervolgens kip uit Brazilië, Oekraïne of Thailand halen?
Uitspraken Caroline van der Plas, 23 sep