Dank u wel, voorzitter. Wie in Nederland door een overvolle supermarkt loopt, denkt wellicht niet dat voedselzekerheid hoog op de agenda van de Tweede Kamer zou moeten staan. Toch komt het, ook de laatste tijd weer, geregeld in debatten voorbij. Stort onze voedselvoorziening ineen als we onze landbouw anders vormgeven in Nederland? Daar kom ik zo op terug. Het antwoord is overigens nee. Maar het is wel goed om dit debat te hebben, want iedereen wil dat we morgen, over 10 jaar en over 50 jaar nog steeds voldoende voedsel kunnen produceren, ook als het klimaat verandert of ergens ter wereld een conflict uitbreekt. Bij een sterk Nederland hoort een sterke voedselvoorziening. Dat wil zeggen: minder afhankelijk zijn van andere landen, onze voedselproductie weerbaar maken en voorbereid zijn op crisis.
Voorzitter, ik zei het net al even: we moeten het even hebben over sojaschroot. Weinig Nederlanders hebben ervan gehoord, maar het is een van de beste manieren om onze afhankelijkheden te illustreren. Sojaschroot is een essentiële component van veevoer. Als je vlees of eieren eet, eet je dus indirect sojaschroot. Maar soja importeren we op grote schaal uit Zuid-Amerika. Loopt er internationaal dus iets verkeerd, dan komt die productie in gevaar. Instituut Clingendael adviseert de Nederlandse overheid daarom voor twee à drie maanden sojaschroot op te slaan, maar constateert zelf al dat we in Nederland zo veel soja gebruiken dat de haalbaarheid daarvan beperkt is.
Kortom, als we minder afhankelijk willen worden, overigens ook van kunstmest of energie, moeten we juist anders nadenken over onze voedselvoorziening: meer ruimte voor plantaardig, meer ruimte voor voedsel dat we zelf eten, in plaats van onze dieren, en meer ruimte voor innovatief en nieuw voedsel. Dat is goed nieuws voor Nederlandse bonentelers, voor Nederlandse groentetuinbouwers, die steeds vaker produceren met heel weinig bestrijdingsmiddelen, voor onze productie van innovatie zaden en voor de vele bedrijven in Nederland die vooroplopen in nieuwe eiwitten, kweekvlees en fermentatie. Hoe kijkt de staatssecretaris naar de oproep van meer dan 50 producenten en ketenpartners voor meer plantaardige voeding, juist ook voor onze voedselzekerheid? Welke maatregelen neemt de staatssecretaris om het vestigings- en groeiklimaat voor innovatieve voedselbedrijven, zoals kweekvleesproducten, te waarborgen? Hoe zet hij zich in voor snellere Europese toelating? Wordt deze staatssecretaris de eerste die kweekvlees op de Nederlandse markt laat komen?
Voorzitter. Er komen veel plannen aan: het stikstofpakket, het convenant gewasbescherming en de eiwitstrategie. Wordt ieder plan dat de komende tijd naar buiten komt ook gelegd langs de "draagt het bij aan een sterker Nederland"-meetlat? Oftewel, vermindert het onze afhankelijkheid van geïmporteerd veevoer, kunstmest, energie en andere zaken?
Voorzitter. Boeren krijgen steeds vaker te maken met extreem weer. Denk aan droogte, zoals de afgelopen zomer, maar ook aan te veel water. Dat zet onze weerbaarheid op lange termijn onder druk. Voedselzekerheid en verduurzaming gaan daarom hand in hand. Een gezonde bodem, stabiel klimaat en voldoende water bepalen uiteindelijk wat er van het land komt. Daarom zullen de maatregelen op het gebied van stikstof, klimaat en natuurherstel ook moeten bijdragen aan die weerbaarheid op de lange termijn, net als het voorkomen van droogte. Kan de staatssecretaris in zijn voedselzekerheidsstrategie expliciet aandacht geven aan meer inzet op het voorkomen van droogteschade, bijvoorbeeld door water beter vast te houden en via het grondwaterpeil?
Voorzitter. Ten slotte noem ik nog onze paraatheid voor als er toch een crisis volgt. Vorige week werd bekend dat de staatssecretaris wil dat mensen voor acht dagen aan voedsel voorradig hebben om voorbereid te zijn op een crisis. Mijn indruk was dat dat nieuws een beetje verloren ging in ons gekrakeel in de plenaire zaal. Op dit moment heeft nog geen 50% van de mensen een pakket voor drie dagen in huis. Hoe gaat het kabinet er dus voor zorgen dat echt iedereen in Nederland is voorbereid, ook mensen die misschien wat minder zelfredzaam zijn?
Voorzitter. Voedselzekerheid betekent voor D66 dat Nederland en Europa ook in een veranderende wereld voldoende en duurzaam voedsel kunnen blijven produceren. Dat vergt in de eerste plaats wat van de manier waarop we ons voedselsysteem inrichten: minder afhankelijkheden, weerbaar op de lange termijn en voorbereid op een crisis.
Dank u wel.
Uitspraken Anne-Marijke Podt, 23 sep