Dank, voorzitter. Nederland kent een hoge mate van voedselzekerheid, maar laten we onszelf niets wijsmaken; dat is namelijk niet vanzelfsprekend. Geopolitieke spanningen nemen toe, handelsroutes worden kwetsbaarder en oorlogen en conflicten raken energie, grondstoffen, transport en voedselstromen rechtstreeks. Uiteindelijk merkt iedereen in ons land dat aan de beschikbaarheid en de prijs van boodschappen. Het kabinet heeft gekeken naar de gevolgen van de mogelijke afsluiting van de Straat van Hormuz. De conclusie is helder: niet direct grote voedseltekorten, maar wel onmiddellijk hoge voedselprijzen. Dat is precies waarom DNA zich grote zorgen maakt over de richting die dit kabinet voor Nederland kiest. Terwijl de wereld onzekerder wordt, kiest dit kabinet voor het verkleinen van onze eigen productiecapaciteit, voor sanering van boerenbedrijven, voor het verminderen van de veestapel en ook voor sanering van de visserij.
Voorzitter. Dat vinden wij de omgekeerde wereld. Een kabinet dat spreekt van een weerbaar en zelfvoorzienend Nederland zou er juist voor moeten zorgen dat Nederland voldoende voedsel kan blijven produceren wanneer internationale handelsstromen onder druk komen te staan. Dat is niet alleen onze opvatting. Ook de NAVO ziet voedselzekerheid inmiddels nadrukkelijk als onderdeel van weerbaarheid en veiligheid. De NAVO publiceerde deze maand nieuwe eisen voor nationale weerbaarheid. Daarin staat expliciet dat landen plannen moeten hebben om de voedselvoorziening tijdens crisis en conflicten veilig te stellen. Daarbij gaat het niet alleen om voedselvoorraden, maar ook om de continuïteit van de voedselsector, kritieke productiemiddelen en toeleveringsketens.
Secretaris-generaal Mark Rutte koppelde die weerbaarheid aan het vermogen van landen om maatschappelijke voorzieningen tijdens crises overeind te houden. De NAVO noemt voedselvoorziening daarbij expliciet als een voorziening die zowel de samenleving als de krijgsmacht moet kunnen blijven ondersteunen. Mijn vraag aan de staatssecretaris is daarom heel simpel: hoe kan Nederland enerzijds de NAVO-eisen voor voedselvoorziening onderschrijven, maar anderzijds beleid voeren dat onze eigen voedselproductie structureel verkleint?
DNA is daarnaast kritisch op het Mercosur-akkoord. Recent werd opnieuw duidelijk hoe belangrijk controle op voedselveiligheid en resistentie is, toen onder andere Braziliaans vlees vanwege de te grote hoeveelheden antibiotica niet tot de Europese markt werden toegelaten. Hoe rijmt het kabinet dit met de eigen agenda om strategische afhankelijkheden te verminderen?
Klimaatverandering maakt voedselzekerheid alleen maar belangrijker. Juist daarom moeten we onze productiecapaciteit behouden. Als delen van de wereld door klimaatverandering, oorlog of geopolitieke instabiliteit met voedseltekorten worden geconfronteerd, kunnen wij niet simpelweg zeggen: dan importeren we het wel. Want wat als die handelsstromen er niet zijn? Wat als energie nog duurder wordt, transport stilvalt of een belangrijke handelsroute wordt afgesloten? Dan blijkt ineens wat voedselzekerheid werkelijk betekent. DNA wil daarom geen papieren maar echte voedselzekerheid. Dat betekent ruimte voor boeren, ruimte voor vissers en een sterke Nederlandse agrosector. Zuinig zijn op onze natuur en voedsel produceren kunnen wat ons betreft prima samengaan. Dat hebben boeren generatieslang bewezen.
Wie werkelijk een weerbaar Nederland wil, moet niet alleen investeren in defensie en energiezekerheid. Dan moet je ook zorgen dat je morgen nog boeren hebt die ons voedsel kunnen produceren. Onze boeren zijn onderdeel van onze strategische weerbaarheid, onze voedselzekerheid.
Dank u wel, voorzitter.
Uitspraken Tamara ten Hove, 23 sep